reisfolderclichés

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik moet er echt eens even hélemaal uit. Of eigenlijk weet ik wel hoe het jullie vergaat: precies hetzelfde. Waar de gestresseerde mens in andere jaargetijden de tip krijgt nog maar eens op de lip te bijten, is het standaard zomer-advies: op vakantie. En dat was je natuurlijk allang van plan, want de zomervakantie, dat is een afspraak. Het is de jaarlijkse great escape van de sleur van alledag en het leven in de kooi die Kantoor heet. Een ontsnapping waar, ironisch genoeg, vrijwel niemand aan ontkomt. Reisbureaus en websites met ‘travel’ in de naam doen er alles aan om de overtuiging aan te wakkeren dat we niet kunnen wáchten op verlossing van ons doorsnee leven. En ze snijden in hun verleidingstactiek precies onze zwakke punten aan. De 7 clichés van de reisfolder.

Je bent er gewoon ongelófelijk aan toe.
“Jij wilt toch óók ontsnappen aan de dagelijkse stress?” “Ga je eindelijk die verre reis maken die al heel lang op je bucket list staat?” “Wie wil er nu niet uit de dagelijkse ratrace ontsnappen voor een heerlijke vakantie?” “Waar wácht je nog op?” De boodschap is duidelijk: je bent eigenlijk niet helemaal normaal als je niet gek geworden bent van het jaar dat achter je ligt. Een beetje handig reisbureau maakt bij het opporren van de reislust gebruik van de time-hop, het schrijven in de tegenwoordige tijd, die je droomvakantie direct heel dichtbij brengt.“In de avond geniet je van een koel drankje op een van de vele terrassen.” “Je wandelt door slaperige dorpjes.” “Je hoort het ruisen van de zee.” Kortom: je hebt nog niet eens geboekt maar je zit er eigenlijk al.

Ineens heb je het: je wordt ontdekkingsreiziger.
Of nou ja, zítten? Sorry, dát is eigenlijk niet helemaal de bedoeling. Hoewel vakantie vooral bedacht is om te genieten van je “welverdiende rust”, blijkt die rust nogal betrekkelijk. Vrijwel alle reisgidsen juichen dat het tijd is voor “je vólgende enerverende reisavontuur”, waarmee dus direct even is vastgesteld dat het concept ‘avonturen beleven’ in principe een goede gewoonte is. Je krijgt een oproep: “Laten we overal naartoe reizen waar de wind ons brengt.” En direct daarna een belofte: “Je beleeft het avontuur van je leven!”
Elke zichzelf respecterende reisgids brengt dus een zo groot mogelijk contrast aan met het gewone leven. Niet voor niks. Van negen tot vijf op je linkerbil hangen en dingen aan elkaar nieten, dat doe je immers het hele jaar op Kantoor al. Daar komt bij: de moderne mens ziet zichzelf graag als avontuurlijk wezen en vindt het dus fijn om als zodanig te worden aangesproken. Ontluisterend genoeg blijkt dat avontuur bij nadere lezing van de reisgidsen ferm dichtgetimmerd. Wie op “ontdekkingstocht” naar ergens in Italië wil, krijgt bijvoorbeeld “7 of 9 nachten met ontbijt, olijfolie- en wijnproeverij, twee diners, huurauto en vlucht vanaf Eindhoven – ook mogelijk om in termijnen te betalen”.

Je zult steil achterover slaan.
Toch is er de reisaanbieders álles aan gelegen om je in de waan te laten dat je een ontdekkingsreiziger pur sang bent of kunt worden, die vooral “wég van de gebaande paden” wil. Bijvoorbeeld naar een “vrijwel onontdekt gebied in Zuid-Afrika” (dus waarschijnlijk weet alleen de reisorganisatie ervan). Of naar één van India’s “best bewaarde geheimen” (dus waarschijnlijk weet alleen de reisorganisatie ervan). Maar als je leest dat je je “schrap moet zetten voor een cultuurshock”, dan is het onverwachte er natuurlijk al wel een beetje af bij de arrival ter plaatse. En als de “pure, ongerepte stranden van het land nog onontdekte parels z…” – wacht eens even, hoe weet het reisbureau er dan van?! Haha, gotcha!
Als om deze malversaties te verhullen, wordt het twijfelachtige avontuur dat de reisgids ons biedt, ons gepresenteerd als een bijna mythische slash religieuze slash druggerelateerde ervaring. Het is hoe dan ook een onderneming die je met open mond ondergaat. “Je waant je in het paradijs.” “Je zult je verbazen over de graffiti muurschilderingen.” “Je vergaapt je dag in dag uit aan de bezienswaardigheden.” “Je valt van de ene verbazing in de andere.” Bij avonturentaal horen overdrijvingen. Dus zijn er “schier oneindige stranden” en is er sprake van een “ongelofelijk grote schoonheid”. En trouwens: “De zon schijnt er altijd en de mensen zijn ontzettend gastvrij.” Case closed.

Er is gelukkig een to do list.
Nu is het hele leven natuurlijk één grote to-do-list, laten we daar niet kinderachtig over doen. Maar de lijst met dingen die je op vakantie per se gezien, gedaan en beleefd moet hebben, is niet mals. “Een bezoek aan Alcázar mag eigenlijk niet aan je lijstje ontbreken.” “Sla ook zeker de Duomo di San Martino niet over.” “Vergeet niet je wandelschoenen mee te nemen, want dit gebied leent zich uitstekend voor een lange wandeling.” “Nu je je op slechts vijfentwintig kilometer van Luca bevindt, mag je een bezoek aan deze romantische stad niet overslaan.” De termen ‘niet overslaan en ‘vergeet niet’ zijn misschien wel de meest gebezigde frases in de reisbranche. Hallo, het lijkt Kantoor wel! Met allemaal dingen die op tijd af moeten! En duizend regels waar je je aan moet houden! Je zou haast terugverlangen naar die ellendige ratrace waar je net even tweeénhalve week aan was ontsnapt, als we de reistijd eraf trekken dan.
Natuurlijk, deels is de vakantie-to do list een adequate manier om bij thuiskomst sociale afgang te voorkomen. Je moet niet hebben dat je collega’s straks smalend roepen: “WTF JE HEBT DE BIJNA UITGESTORVEN MINIREUZENMARMOT VAN DIT OF DAT EXOTISCHE EILAND NIET GEZIEN?!” (En jij dacht nog: god wat stikt het hier toch van de zwerfkatten zeg.) Op een ander niveau is het interessant dat het avontuur dat vakantie heet blijkbaar van alle kanten moet worden gestut door wegwijzers en reminders. De reisbureaus wekken voortdurend de suggestie dat je zónder het lijstje de essentie van je vakantie mist en het avontuur niet ten volle zult ervaren. Dat is natuurlijk de zaken helemaal omdraaien. Maar eerlijk is eerlijk, het voelt de rest van het jaar ook eigenlijk best veilig om te doen wat een of andere geflipte manager je voorschrijft. En als je wordt gesommeerd “heerlijk te verdwalen” in een of ander oerwoud, dan is één ding in elk geval duidelijk: wát er ook gebeurt, echt verdwalen zul je niet.

Je bent héél ver weg – maar ook weer heel dichtbij.
Om ons er warm voor te maken, presenteren de reisgidsen je “unieke vakantie-avontuur” dus als absoluut tegengestelde van je gewone slaapverwekkende rotleven. Dat kan alleen maar door er een zo groot mogelijke afstand tussen te fabriceren. Maar terwijl de reisfolder dat doet, wordt tegelijkertijd benadrukt hoe dichtbij al dat vreemde is. Over “verre zonvakanties”: “De populairste bestemmingen in het Caribisch gebied zijn onze eigen Nederlandse Antillen.” “Afrikaanse cultuur op slechts 6 uur vliegen.” En mocht het toch allemaal een beetje exotisch overkomen: “Weg van de tempels relax je in één van de nieuwe ‘upmarket’ resorts nadat je bent aangekomen op het strakke, geheel vernieuwde vliegveld.” Pfjew, adem uit: hoe groot de afstand ook is, zó’n enorme stap is het dus ook weer niet. Op een iets andere manier bewerkstelligt de continue benadrukking van de “onvergetelijkheid” en het feit dat je “nog lang zult nagenieten” hetzelfde – het is een subtiele vooruitverwijzing naar als je straks weer veilig thuis bent. Hoe ver je ook weg bent, je eigen huis is altijd dichtbij.

Je komt in een warm bad.
De reisbureaus doen daar zelfs nog een schepje bovenop. Zo wordt al het avontuur dat je te wachten staat steevast gecompenseerd door een ware tsunami aan vriendelijkheid en warmte die heel erg aan thuis doen denken. Soms letterlijk: “Bij het eerste kopje koffie weet u: dit is thuiskomen.” Vaker wordt er verwezen naar de immer “gastvrije bevolking” die elke vakantie tot een “intens genoegen” maakt. Zo moet het raar lopen “als je niet een avond lang met Turken over van alles en nog wat gesproken hebt.” “Het kan een avontuur zijn vol ontmoetingen met vriendelijke mensen die graag een gesprek met je aanknopen.” Of hier, in één zin avontuur en veiligheid op schiterende wijze verenigd: “De vaak woest ogende natuur staat in opvallend contrast met de open en gastvrije bevolking.” Echt gezellig.

Adembenemende vergezichten: check.
Een reisgids is vaak net een ansichtkaarttekst uit de jaren vijftig. Zo heeft elke bestemming “voor elk wat wils”, is het er “heerlijk toeven”, kunnen watersportliefhebbers “hun hart zeker ophalen”, liggen bezienswaardigheden bij voorkeur op “een steenworp afstand” (maar desondanks word je geacht urenlang te “struinen” of “slenteren”. De versteende taal van het reisbureau doet wel wat denken aan… verrek, je opa en oma! Maar het absolute toppunt van verstening zien we in de combinatie-clichés die al sinds jaar en dag dezelfde zijn. Telt u even mee: adembenemende vergezichten, oogstrelende landschappen, witte stranden, weemoedige fadomuziek en zoete druiven. Ravijnen? Duizelingwekkend. Straatjes? Schilderachtig. Vestingmuren: eeuwenoud. Ergens bekruipt ons een gedachte: waarheen we ook gaan, we weten al precies hoe het eruit gaat zien.

Dit artikel stond op 4 juli 2015 in Volkskrant Magazine

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s