stemhokje

‘Naah zeg wat druuuuk!!’, riep een meisje.
Iedereen in de rij bij het stemlokaal zweeg.
‘Nou inderdaad het is zeker weten druk’, zei ik.
Ik zeg namelijk altijd iets terug.
Dat weten de anderen volgens mij ook wel.
Je kan het denk ik al aan me zien als ik eraan kom lopen.
Oh die praat wel terug.
Opgelucht haalt men adem.
Zijn zij weer fijn off the hook.

[Daarom ren ik meestal weg als ik zie dat er mensen te water raken.
Als ik blijf staan, dan wéét ik gewoon dat ik erin duik.
En ik ben zo onhandig hè.
Dus dat ik dan ook verdrink.
En weer mensen meesleep in mijn verdrinking.
Voor je het weet is de mensheid uitgestorven.]

Maar wat ik dus eigenlijk wou schrijven, is dat ik altijd zo een warm burgergevoel krijg tijdens het stemmen. Het begint eigenlijk al als ik al wapperend met dat witte papiertje naar het stembureau loop. Hallo mensen, ik ben een burger. Geen hamburger of zo, nee een gewone burger. En jullie ook. Grouphug, mensen. Laten we elkaar even heel stevig vastpakken en dan zo een tijdje blijven staan. In het stemlokaal zelf daalt een stille devotie op mij neer. We zijn een democratie, dat ervaar ik op dat moment heel sterk. We zijn een de-mo-cra-tie en we mogen zelf kiezen wie ons land bestuurt. Oké, sort of. Je moet er niet te lang op doordenken.

De stille devotie slaat eigenlijk pas op het allerlaatste moment om in blinde paniek. Want wat ik altijd weer vergeet, is dat je uiteindelijk ook nog een stukje moet stemmen. In dat stukje ben ik slecht.

‘U mag hoor’, zegt de bejaarde.
‘Okidoki’, zeg ik met heldere stem.

Maar dat is een farce. Want ik zweef dan dus naar dat stemhokje toe, en ik stem dan uiteindelijk een paniekstem, met een bevende vinger en met slappe knieën. Stemhokjesneurose. Maar ik heb het alleen met de verkiezingen, verder eiks nauwelijks. Dus ach.

[oud en eerder gepubliceerd stem-stukje, licht geactualiseerd, waarmee ik bedoel dat de zinnen waarvoor ik me kapot schaam eruit zijn gesloopt.]