BZV liefdesalfabet

Natuurlijk, het woord Verliefd moet hónderden keren zijn gevallen in de afgelopen acht seizoenen Boer Zoekt Vrouw. Net als Citytrip. Tractor. Mensenmens. Een Stukkie Warmte. Maar los van deze usual suspects durf ik er mijn hand voor in het vuur te steken dat er één term is die het állermeest is gebruikt: Mezelf Zijn. Of, als het over iemand anders ging: Jezelf Zijn.

Klein puntje: het ‘zelf’ is zo ongeveer het wazigste concept dat er bestaat. Soms is het een soort extra personage waarbij je in de buurt moet zien te blijven (“Ja ik ben heel dicht bij mezelf gebleven”) of zien te komen (“Ik kom steeds dichter bij mezelf.). Soms verwijst het naar een situatie van totaal welbevinden: “Ik kon mezelf zijn bij haar.” Maar de boer die zijn logé verweet: “Ik zou willen dat je wat meer jezélf bent”, bedoelde eigenlijk dat ze juist een ánder persoon had moeten zijn. Want zijn logé, die zich verdedigde met dat ze “hard heeft geprobeerd mezelf te zijn, maar ik ben gewoon altijd verlegen in het begin”, wás feitelijk al zichzelf met al haar gebloos – en heeft dus vooral geprobeerd mínder zichzelf te worden.

Moerassig gebiedje kortom, dat jezelf zijn. Toch evalueren alle Boer zoekt Vrouw-deelnemers zichzelf in deze termen bij voortduring helemaal kapot, hiertoe al dan niet aangezet door gevoelsdictator Yvon Jaspers. En, probleemterm of niet, iedereen weet er raad mee. Nog nooit heeft iemand Yvon besmuikt gevraagd wat ze er precies mee bedoelde, met dat jezelf zijn. Of terug geschreeuwd dat hij geen idéé heeft wíe hij zelf is – want dat is óók al zo’n drijfzanddingetje natuurlijk. Nee, je kunt er als deelnemer aan Boer Zoekt Vrouw maar beter iets over te melden hebben – en het maakt dus eigenlijk niet uit wát precies.

De preoccupatie met het diepste zelf in de zoektocht naar een gelukkig leven met een ander maakt direct weer even duidelijk wat het grootste verschil tussen Boer Zoekt Vrouw en de rest van de westerse wereld is: dat er weilanden bij betrokken zijn, met authentiek groen gras en authentiek zwartwit geblokte koeien. Verder verschilt Boer Zoekt Vrouw niet zo gek veel van het liefdesdiscours van de rest van de westerse wereld. Dus ook in seizoen 9 kijken we gewoon weer naar, enfin, onszelf.

 Nóg vier veelgehoorde termen uit Boer Zoekt Vrouw – en wat ze eigenlijk betekenen.

De Klik

Met stip op twee. Populairder dan de vonk, maar dat is logisch: geen enkele boer is gebaat bij affikkende hooizolders. De klik is een donders prozaïsch woord maar heeft vérstrekkende superpowers: het is immers de mogelijke opmaat tot levenslang liefdesgeluk. Het is wel een ráár ding; hij ís er namelijk (“Ja ik heb gewoon een klik”), of hij is er niet (“Ja nee, er is geen klik”) en daar helpt dus geen lieve vader of moeder aan. In die zin vormt hij ook een ideale afwijzingsstrategie: er valt immers niks tegenin te brengen en je kunt iemand moeilijk net zo lang in de zij prikken totdat er wél een klik is. Hoewel er in Boer Zoekt Vrouw minstens één boer is geweest die halsstarrig volhield: “Ik voel wel een klik. Van mijn kant dan.”

De initiële kliks zijn gebaseerd op de gebruikelijke onzinnigheden. Een knipoog, een zoen die verdwaalt in een oor, een net iets te lang oogcontact – alle dingen die in het gewone leven aanleiding kunnen zijn om even een andere treincoupé op te zoeken, zijn in datingsituaties als Boer Zoekt Vrouw de ingrediënten voor een klik van jewelste. Toch leert de geschiedenis van het programma dat de échte klik een best zakelijke optelsom der dingen is. De andere twee logeetjes blijken niet van gekookte aardappels te houden. Zij is al over een jaar klaar met haar studie. Er blijkt een gedeelde passie qua Rummikub. Evenzogoed zal het liefdespaar in kwestie dan toch altijd doen alsof de klik er op magische wijze vanaf het prilste begin al was – we maken allemaal graag een mooi verhaal van ons stotterende leven. Maar vergis je niet: het geluk in BZV gaat vooral over compatibiliteit en bestendigheid. Kun je jaar in, jaar uit samen in de stal staan zonder elkaar fysically, emotionally en spiritually helemaal kapot te maken? Is het antwoord ja, dan heb je dus: een klik.

Rugzakje

Ergens hoop je dat als een boer het over een rugzakje heeft, dat hij het dan over, enfin, een rugzakje heeft. Paar boterhammen met kaas erin, blikje sinas en hatsee, stukje kuieren maar. Maar nee. De rugzak is overdrachtelijk bedoeld. Als je relatietechnisch al wat langer meeloopt, dan “heb je gewoon een rugzakje”, gevuld met krenkingen en kwetsuren die je hebt opgelopen in het leven dat achter je ligt. Of juist geen énkele krenking, als je die boer bent die nog nooit een meisje heeft gehad. En dat is dan weer een krenking op zich.

Het rugzakje heeft duidelijk zijn oorsprong in de therapiewereld en is via het zelfhulpcircuit geruisloos in het dagelijkse (dating)spraakgebruik verzeild geraakt. Het is een belangrijk woord voor geliefden in spé. Het benoemen van je rugzakje wekt vertrouwen in een prille liefdessituatie. Het laat zien dat je beschikt over introspectie en zelfreflectie – dat je naar jezélf kunt kijken dus. En puur het feit dat de rugzakdrager besef heeft van zijn rugzakje zorgt voor geduld en begrip bij de ander. Opdat partner één er niet direct de brui aan geeft als partner twee eens een op onlogische momenten begint te schelden, in huilen uitbarst of relatief onschuldige geitjes knijpt. Komt ja gewoon door z’n rugzakje! Uiteindelijk is het wel de bedoeling dat je ook iets dóet met je rugzakje, want die bagage uit je verleden moet je natuurlijk wel “een plekje geven”. Meestal blijft dat plekje gewoon het rugzakje zelf, maar dat weet de ander aan het begin van de relatie gelukkig nog niet.

Overigens kán het natuurlijk zijn dat de boer het onverhoopt toch over een échte rugzak had. En kom dan nog maar eens weg van die boerderij in een land ver van hier. Tip: Google Maps.

Spontaan

Seksistisch containerbegrip. Spontaniteit is een eigenschap die speciaal is verzonnen voor het vrouwelijk geslacht; er zijn ook wel spontane mánnen maar die zitten keurig opgeborgen in een inrichting. De vrouw die een man zoekt, doet er goed aan zichzelf niet als het nadenkerige type te presenteren en wél als “spontaan”. Komt door de gehéle mannelijke sekse die altijd zeurt om “een vlotte, spontane vrouw met wie je kan lachen”. In Boer Zoekt Vrouw is dat niet anders. Over het algemeen gaat het dan niet om het type vrouw dat spontaan Shakespeare reciteert. Of spontaan een ingewikkelde som uitrekent. We hebben het hier eerder over het vlotte, babbelige type dat soms verschrikt de hand voor de mond slaat (“Wat heb ik er nú weer uitgeflapt!”). Ben jij die vrouw die niet al te diep nadenkt, een impulsieve inslag heeft en klaterend lacht? Dan ontvang ik jou graag op mijn boerderij. Zie de geïrriteerde boer die zijn bedeesde logeetje vroeg om alsjeblieft wat meer ‘zichzelf’ te zijn. Vertaling: wees in vredesnaam spontáán of ik gooi jou als eerste van de farm.

We moeten de spontane vrouw in Boer Zoekt Vrouw waarschijnlijk niet zoeken in het type ‘hele gekke meid’ die om half vier ’s nachts een kussengevecht initieert. Dit aangezien de boer er zelf al om vier uur weer uit moet en nachtrust is gewoon niet iets om grappen over te maken. Alle koeien voor de gein loslaten in het verkeerde weiland: wel spontaan, niet echt grappig Marieke. Maar wat dán? En waarom is de boer niet gecharmeerd van schitterende kwaliteiten als bescheidenheid, kalmte en een afwachtende houding? Oh wacht, die heeft-ie natuurlijk zélf al! Ja, nee, dan kan het inderdaad geen kwaad een instrumentele klik te zoeken met een ‘mensenmens’ met communicatieve skills. Want dan zou die eerste zoen nog wel eens binnen een half jaar kunnen vallen.

Passie

Waar je vroeger nog wel eens een bepaalde hobby had, bijvoorbeeld breien, kun je daar tegenwoordig niet meer mee aankomen. Wel met het breien, niet met het woord hobby. Ook in Boer Zoekt Vrouw constateren we een grote passie-inflatie. De passie van de boer ligt bij het boerenbedrijf. De varkens. Boerenkool verbouwen. De passie van zijn mogelijke eega zit hem in het gezellig maken van (nu nog) haar knusse huisje in de stad, het volkladden van kleurboeken voor volwassenen of, nou ja, breien dus.

In Boer Zoekt Vrouw wordt de passie te pas en te onpas de groene ruimte in geslingerd – maar verrassend genoeg gaat het dan dus nooit om het hoofdonderwerp van het programma. Nimmer wordt in Boer Zoekt Vrouw de term passie gebruikt in de ouderwetse zin van het woord: hartstocht of grote liefde. Gevoelens, ja voortdurend. Verliefdheid, alla. “Heb je kriebels?” “Ja ik denk het wel.” Maar het romantische liefdesideaal moet het blijkbaar niet hebben van ál te grote en meeslepende verlangens. En van passionele nachten al helemaal niet – het woord seks is denk ik nog nóóit gevallen in Boer Zoekt Vrouw.

Nee, het ultieme liefdesgeluk bestaat eruit dat je “elkaars maatje bent”. En dus dat er sprake is van een “gevoel van thuiskomen”. Geen termen die een zinderende hartstocht veronderstellen. Eerder een “gewoon, gezellig” soort voorspelbaarheid – zo nu en dan onderbroken door bijvoorbeeld een citytrip die niet lang en wel kort duurt. Maar dat is op zich natuurlijk meer dan genoeg. Zeker als je daarmee eindelijk wordt wie je eigenlijk altijd al had willen zijn: gewoon, jezélf dus. Maar dan samen.

Dit artikel stond op 27 augustus 2016 in Volkskrant Magazine

Advertenties

comfortzone

Soms is er maar één woord voor nodig. “Het idee is dat jullie vandaag lekker hélemaal uit je comfortzone komen”, zei de vrouw die bij ons op Kantoor de workshop ‘Bereik je doelen’ leidde. Ik schoof mijn stoel naar achteren, liep naar voren en gaf de vrouw een enorme knal voor haar hoofd. “Oh jee”, zei mijn collega M. die me had overgehaald om mee te gaan. Een vrouw achter hem sloeg een hand voor haar mond. Maar naast haar begon een man met zwarte krullen te giechelen. Wie er begon met klappen was niet duidelijk. Aarzelend vielen anderen in. Het zwol nogal aan allemaal. Het applaus kreeg een ritme; her en der klapte een aansteller nadrukkelijk langzaam. Ik stak één hand op en liet de menigte bedaren. Daarna nam ik weer plaats in de zaal, wreef mijn knokkels en vroeg me af wat er precies met je zou gebeuren als je daadwerkelijk een workshopleider tegen de grond sloeg. Zou er politie bij worden gehaald eigenlijk? Iemand zou het een keer moeten uitproberen.

Want de comfortzone klinkt súpergezellig – maar hij is dat allerminst. Het akelige van de comfortzone is namelijk dat we net lekker lagen maar dat we er als de sodemieter uit moeten. Jij gaat dood als je voor grote groepen mensen moet spreken? Hatsee, komende dinsdag gewoon doen! Je bent bizar slecht met getallen? Hier heb je een trap onder je kont en een rekenmachine! Het is onduidelijk wanneer de comfortzone precies de oversteek vanuit Amerika maakte maar het mag duidelijk zijn dat we sindsdien geen relaxte dag meer gehad hebben. Als één ding bewijst dat calvinisme van alle tijden is, dan is het wel de comfortzone. Het probleem zit hem in de verwerpelijke overtuiging dat we het áltijd beter moet kunnen dan we eigenlijk kunnen. En, misschien nog wel verwerpelijker: dat het nastrevenswaardig is om dingen te doen waar je je niet echt chill bij voelt. Je gaat met plezier naar je werk? Wacht, daar verzinnen we iets op. Leidinggeven, heb je dat al eens gedaan? Maar hoezó zou je dat niet durven!? Ik kan u Kantoortuinen aanwijzen die zijn vergéven van werknemers die zo hop vanuit hun comfortzone in de shit zijn geraakt – en hele afdelingen hebben meegesleurd in hun ongeluk. Dus laat ik het eens scherp stellen: voor de meeste mensen op aarde is het het beste om helemaal nooit uit hun comfortzone te stappen. Speel liever ’s avonds een potje Risk en ga dan gewoon lekker slapen.
De ‘stap uit je comfortzone’-mythe is maar één van de vele uit het therapeutendiscours overgewaaide voorschriften en inzichten over hoe je het beste kunt leven en een gelukkige staat van zijn bereikt. Die selfhelp-mantra’s zijn op geniepige wijze common sense-gedachtegoed geworden, waarmee de mensen zichzelf en elkaar bij voortduring om de oren slaan. Het punt: veel van die how to’s zijn gewoon… enfin, totale onzin dus. Hieronder nóg vijf geluksmythes, debunked.

Mythe 1 Wees jezelf
Voorstel: Wees minder jezelf
Het is wel verwarrend soms. Werden we zojuist nog gepusht uit onze comfortzone te stappen, aan de andere kant moeten we juist vólcontinu in contact met met onszelf blijven. Een veelgehoorde opdracht die medemensen elkaar geven: “Wees gewoon lekker jezelf”. Een veelgehoorde evaluatie van een date, sollicitatie of cursus origami: “Ik had wel het idee dat ik mezelf kon zijn.” Een veelgehoorde reactie op kritiek: “Euh sorry hoor, ik was gewoon mezelf.”
Omdat je, puur feitelijk, al de hele tijd degene bent die je bent, lijken het overbodige opmerkingen. Zo kun je immers moeilijk iemand aanraden een ander te zijn hoewel het soms best wenselijk zou zijn – maar dit dóe je gewoon niet. Het punt is: als het zó vaak gaat over jezelf zijn, dan is dat niet voor niks. Blijkbaar is het voor de meeste mensen ontzettend belangrijk aan de lopende band hun uniciteit te benadrukken. En van daaruit: hun tevredenheid of onvrede over de rest van de wereld. Ik weet niet of jullie dat wel eens hebben gedaan maar ik heb wel eens ingezoomd op mijn woonadres in Google Maps en daarna dan langzaam uitzoomen. Net zo lang tot je alleen nog maar continenten ziet. Schitterend! En ook schokkend om de dingen in perspectief te zien: OMG, wie bén ik nu helemaal.
Nou ja, mezélf dus. Inhoudelijk gezien stelt dat ‘jezelf zijn’ trouwens teleurstellend weinig voor: de meeste mensen bedoelen ermee dat ze gewoon lekker hun ding willen kunnen doen, zonder te veel gesodemieter en misschien met een blokje kaas erbij, gezellig.

Mythe 2 Ga in je kracht staan
Voorstel: Doe voorlopig even niks.
De mogelijkheden van dit voorschrift zijn schier eindeloos. Telt u even mee. Zo kun je zelf in je kracht gaan staan. Je kunt in je kracht worden gezet. Je kunt anderen in hun kracht zetten. Ook wel eens gehoord: “Nu moet je ervoor zorgen in je kracht te blíjven!” Maar vaak moet je wel eerst even “over je schaduw heenspringen”, voordat je écht in je kracht et cetera.
Wat helder is aan deze zelfhulpmythe: je moet in elk geval niet slecht ter been zijn. Wat niet helder is aan deze mythe: de hele flikkerse rest. Want wat the hell ís het eigenlijk, in je kracht staan?! Waar de mensen die dit soort vaagtaal spreken allemaal prima lijken te weten waar dit over gaat, doemt bij mij altijd het beeld op van iemand die wijdbeens in een bushokje staat. Of in een rij bij de bakker. In je kracht staan, je moet het denk ik eerst snappen en daarna een keertje uitproberen.
Er zijn trouwens wel meer adviezen met een sterk fysieke component en daarvan weet ook niemand hoe het precies zit. “Laat het los”, bijvoorbeeld. Of juist het omgekeerde; zo hoorde ik pas: “Omarm je verkoudheid, dan ben je er sneller vanaf.” Iemand in zijn kracht sláán, is dat ook een optie?

Mythe 3 Volg je intuïtie
Voorstel: Gebruik je verstand.
Wat zo leuk is aan het menselijk ras is dat er hersens bij betrokken zijn, die op zich best complex in elkaar zitten. Toch hoeft er in het gezelschap maar één persoon te zeggen: “Maar dat voel ik nu eenmaal heel sterk” en alle valide argumenten vallen plat voorover neer op tafel, morsdood. Gevoel wint altijd, wie zijn beleving in de strijd werpt, kan rekenen op een respectvolle stilte. Stamt nog een beetje uit de jaren zeventig, toen men begon met propageren dat je niet alleen dicht bij je emoties moest zien te komen, maar dat je ze er vooral ook állemaal uit moest gooien. Maak van je hart geen moordkuil, want straks ga je dood aan opgekropte emoties en dat zou ook weer zonde zijn. Wat blijkt: die mensen houden geen sociale contacten meer over! Want niemand zit te wachten op mensen die nu eenmaal heel sterk de behoefte hadden dit even met je te delen.
Natuurlijk, gevoelens mogen er gewoon zijn, ik bedoel: we hebben ze nu toch. Maar zie ze een beetje in perspectief. Geldt ook voor als je intuïtie, de rekenmachine van gevoelsmensen, zegt dat “er iets niet pluis is”. In realiteit is dat gewoon een klinische optelsom van eerdere ervaringen. Door je hersens dus. En schrééuwt uw intuïtie dat deze man echt helemaal oké is, dan spreek ik u over enige maanden nogmaals. Emotie is in allerhande zaken vervelend genoeg vaak eerder de slechtste raadgever dan de beste. Vandaag voel je dit, morgen voel je ineens dat, enfin, ik hoef u daar niets over te vertellen. Zeg dus eens wat vaker “Ik ga daar nog eens goed over nadenken.” En dan ook echt dóen.

Mythe 4 Geluk is een keuze
Voorstel: Soms heb je gewoon pech.
Het klinkt zo gezellig. Maar slecht nieuws, want het is zonder twijfel de meest tricky mythe, of moeten we het een religie noemen? Varianten van het geloof dat geluk een keuze is: “The sky is the limit” en “Alles lukt, als je het maar wilt.” Centraal daarin staat een moeizame verhouding met de realiteit, want: wat nu als het je toch onverhoopt niet lukt? Oh wacht, dan heb je het gewoon nog niet hard genoeg gewild. Ja, zo kan ik het ook.
Een gevaarlijke denkwijze, omdat hij nogal aanschuurt tegen de orenmaffia, die zelfs vreselijke ziektes ziet als de dodelijke consequentie van verkeerd denken. (Op zich een heel grappige gedachte, als het niet zo ernstig was dan.) Als geluk een keuze is, is ongeluk dan ook een keuze? Ja natuurlijk, en vandaar dat de eigen-schuld- dikke-bult-mythe veel ploeterende mensen erg ongelukkig maakt. Hebben ze dan niet hard genoeg hun best gedaan? Nee hoor, soms heb je gewoon pech en kom je gewoon de goeie mensen niet tegen. En de verkeerde mensen wel. En je hebt je personality natuurlijk ook niet voor het uitkiezen. Al is dat natuurlijk vloeken in de kerk die Totale en Algehele Zelfbeschikking heet. En waar net iets te veel mensen belijdend lid van zijn tegenwoordig.

Mythe 5 Denk in uitdagingen
Voorstel: Denk in problemen.
Iedereen kent wel iemand die bij de geríngste verwijzing naar een kinkje in de kabel bezwerend de hand opheft en met overslaande stem roept: “Dat is geen probléém, dat is een úitdaging.” Nog los van het feit dat dit vaak donders irritante mensen zijn: misschien maakt u zich er zelf ook wel eens schuldig aan. Oh jawel, zou heel goed kunnen. We zijn nu eenmaal gevangenen van een samenleving die het woord probleem nauwelijks meer durft uit te spreken en als door een wesp gestoken reageert als een ander dat wel doet. Let er maar eens op hoe vaak het zinnetje “Dat is wel even een prob… een ding” wordt uitgesproken. Niemand, maar dan ook niemand wil worden geassocieerd met negatief in het leven staan, klagen om het klagen, en blijven hangen in ellende. Blinde positiviteit is het nieuwe ‘och, even aanzien hoe het verder gaat’ en is net iets te vaak totaal gespeend van enige realiteitszin.
Want, en de mensen die er niet tegen kunnen moeten nu maar even hun ogen dicht doen: het leven ís ook gewoon moeilijk. Laten we elkaar niet voor de gek houden, er is toch best een hoop ellende op de wereld. En soms heb je gewoon geen geld en wel een rotjeugd gehad. Dat biedt niet stante pede kansen, nee, dat is gewoon zwaar verdrietig. Het is precies het stilstaan bij de rottigheid die ons steeds lastiger af gaat. Want ergens de schouders onder zetten ziet er nu eenmaal een stuk aantrekkelijker uit dan de schouders laten hangen. Terwijl dat soms wél een adequate reactie is op tegenspoed en ellende. Eerst eens even huilen. Of je kapot schamen. Of spijt hebben – óók al zo’n taboe these days. Het hoeft allemaal niet op Facebook hè, niemand hoeft het te zien. Eerst wonden likken, en daarná krijg je vast nog wel de kans om er hopelijk alsnog iets van te maken. Of niet, want what doesn’t kill you maakt je meestal wel een beetje beschadigder.
Lijkt stilstaan bij uw problemen u desalniettemin lastig omdat u er nog steeds vanuit gaat dat het leven “een feestje” moet zijn? Zie het als een Uitdaging, wordt het direct een stuk leuker van. Niet makkelijker trouwens. Maar enfin.

Dit artikel stond op 14 februari 2015 in Volkskrant Magazine