genieten geblazen

Mensen die op vakantie zijn, zijn vaak schattig en bloedirritant tegelijk. De vier verwerpelijkste vakantie-uitspraken van de vakantieganger (en wat je er als thuisblijver aan kunt doen).

1 “Het weer is schítterend!” Vroeger loog men er vanuit het vakantieland rustig vijf graden bovenop. Is tegenwoordig lastig te combineren met verwerpelijke nieuwigheden als het internet, waarmee de thuisblijver elke WhatsApp-leugen handig kan pareren. “Hé ik zie anders alleen maar regenwolken als ik weerbericht Ventimiglia intik?” “Ja maar wij zitten in de luwte van de berg hè xxx.” De vakantieganger gaat er vanuit dat de thuisblijver geen zin zal hebben om te checken of er een berg is (nee). Maar hij wéét dat de thuisblijver twijfelt. En dat hij er niks aan kan doen. De situatie wordt… complex. Prima en net goed.

2 “Wat voor weer is het in Nederland??” De vakantieganger veinst interesse. De eigenlijke intentie is verwerpelijk; het draagt enórm bij aan het genot van de vakantieganger om te weten dat het thuis serieus rukweer is. Dus mocht het in Nederland onverhoopt béter weer zijn dan op de duurbetaalde tropische bestemming, dan is de ellende niet te overzien. Gezinsruzies, ijzige huwelijksstiltes, doordrenkt met enfin regen dus. Voor de thuisblijver is het wel zo kies om niet aan de hittegolf in NL te refereren. Toch is het vaak wel grappig om tussen de regels door te laten weten dat je in je bikini naar de Albert Heijn ging. (Niet vergezeld laten gaan van schaterende emoji’s of omhoog gestoken duimen, hoe moeilijk het ook is. Subtiliteit is everything.)

3 “Ik was er echt aan toe!” Ja, wie vanaf half april al zijn kappersconversaties doorspekt ziet met vragen als “Ga je nog op vakantie”, “Heb je al geboekt”, “Wanneer heb jij vakantie” en “Heb je ook zo’n zin om er eens lekker tussenuit te gaan”, die vliegt zo tegen eind juni van ellende tegen het glazen kantoorplafond. Kortom: als je maar vaak genoeg je haar laat knippen, krijg je vanzelf de stellige indruk dat je doodgaat als je niet op vakantie kunt. Of deze indruk waar is, valt te betwijfelen. De vakantie an sich evenals het opstarten ná een vakantie zijn vaak dermate stressvol dat de meeste mensen begin september met volle overtuiging zouden kunnen zeggen: “Ik ben echt aan vakantie toe.” Maar goed, dat zeg je dus niet.

4 “Ik kom hier helemaal tot rust!” Zie hierboven: dat valt dus meestal wel mee. Of tegen. Dit soort opmerkingen moet dan ook met een korrel zout worden genomen en dat geldt al evenzeer voor wanhoops-shout-outs als “Het is echt genieten geblazen!!!” en “Heerlijk, heerlijk.” Vakantie is nu eenmaal een vrij dramatische onderbreking van het dagelijks leven en dat valt niet altijd mee. Serieuze stressoren zijn de keuze van het chalet, het inpakken an sich, de angst om neer te storten en de partnerrelatie die het afgelopen jaar overeind bleef dankzij een bescheiden mate van interactie en ontmoeting. Het kán allemaal fantastisch uitpakken – maar het kan dus ook zijn dat dat alleen voor de koffer geldt.

 

Deze tekst stond op 4 juli 2015 in Volkskrant Magazine

 

reisfolderclichés

Ik weet niet hoe het jullie vergaat, maar ik moet er echt eens even hélemaal uit. Of eigenlijk weet ik wel hoe het jullie vergaat: precies hetzelfde. Waar de gestresseerde mens in andere jaargetijden de tip krijgt nog maar eens op de lip te bijten, is het standaard zomer-advies: op vakantie. En dat was je natuurlijk allang van plan, want de zomervakantie, dat is een afspraak. Het is de jaarlijkse great escape van de sleur van alledag en het leven in de kooi die Kantoor heet. Een ontsnapping waar, ironisch genoeg, vrijwel niemand aan ontkomt. Reisbureaus en websites met ‘travel’ in de naam doen er alles aan om de overtuiging aan te wakkeren dat we niet kunnen wáchten op verlossing van ons doorsnee leven. En ze snijden in hun verleidingstactiek precies onze zwakke punten aan. De 7 clichés van de reisfolder.

Je bent er gewoon ongelófelijk aan toe.
“Jij wilt toch óók ontsnappen aan de dagelijkse stress?” “Ga je eindelijk die verre reis maken die al heel lang op je bucket list staat?” “Wie wil er nu niet uit de dagelijkse ratrace ontsnappen voor een heerlijke vakantie?” “Waar wácht je nog op?” De boodschap is duidelijk: je bent eigenlijk niet helemaal normaal als je niet gek geworden bent van het jaar dat achter je ligt. Een beetje handig reisbureau maakt bij het opporren van de reislust gebruik van de time-hop, het schrijven in de tegenwoordige tijd, die je droomvakantie direct heel dichtbij brengt.“In de avond geniet je van een koel drankje op een van de vele terrassen.” “Je wandelt door slaperige dorpjes.” “Je hoort het ruisen van de zee.” Kortom: je hebt nog niet eens geboekt maar je zit er eigenlijk al.

Ineens heb je het: je wordt ontdekkingsreiziger.
Of nou ja, zítten? Sorry, dát is eigenlijk niet helemaal de bedoeling. Hoewel vakantie vooral bedacht is om te genieten van je “welverdiende rust”, blijkt die rust nogal betrekkelijk. Vrijwel alle reisgidsen juichen dat het tijd is voor “je vólgende enerverende reisavontuur”, waarmee dus direct even is vastgesteld dat het concept ‘avonturen beleven’ in principe een goede gewoonte is. Je krijgt een oproep: “Laten we overal naartoe reizen waar de wind ons brengt.” En direct daarna een belofte: “Je beleeft het avontuur van je leven!”
Elke zichzelf respecterende reisgids brengt dus een zo groot mogelijk contrast aan met het gewone leven. Niet voor niks. Van negen tot vijf op je linkerbil hangen en dingen aan elkaar nieten, dat doe je immers het hele jaar op Kantoor al. Daar komt bij: de moderne mens ziet zichzelf graag als avontuurlijk wezen en vindt het dus fijn om als zodanig te worden aangesproken. Ontluisterend genoeg blijkt dat avontuur bij nadere lezing van de reisgidsen ferm dichtgetimmerd. Wie op “ontdekkingstocht” naar ergens in Italië wil, krijgt bijvoorbeeld “7 of 9 nachten met ontbijt, olijfolie- en wijnproeverij, twee diners, huurauto en vlucht vanaf Eindhoven – ook mogelijk om in termijnen te betalen”.

Je zult steil achterover slaan.
Toch is er de reisaanbieders álles aan gelegen om je in de waan te laten dat je een ontdekkingsreiziger pur sang bent of kunt worden, die vooral “wég van de gebaande paden” wil. Bijvoorbeeld naar een “vrijwel onontdekt gebied in Zuid-Afrika” (dus waarschijnlijk weet alleen de reisorganisatie ervan). Of naar één van India’s “best bewaarde geheimen” (dus waarschijnlijk weet alleen de reisorganisatie ervan). Maar als je leest dat je je “schrap moet zetten voor een cultuurshock”, dan is het onverwachte er natuurlijk al wel een beetje af bij de arrival ter plaatse. En als de “pure, ongerepte stranden van het land nog onontdekte parels z…” – wacht eens even, hoe weet het reisbureau er dan van?! Haha, gotcha!
Als om deze malversaties te verhullen, wordt het twijfelachtige avontuur dat de reisgids ons biedt, ons gepresenteerd als een bijna mythische slash religieuze slash druggerelateerde ervaring. Het is hoe dan ook een onderneming die je met open mond ondergaat. “Je waant je in het paradijs.” “Je zult je verbazen over de graffiti muurschilderingen.” “Je vergaapt je dag in dag uit aan de bezienswaardigheden.” “Je valt van de ene verbazing in de andere.” Bij avonturentaal horen overdrijvingen. Dus zijn er “schier oneindige stranden” en is er sprake van een “ongelofelijk grote schoonheid”. En trouwens: “De zon schijnt er altijd en de mensen zijn ontzettend gastvrij.” Case closed.

Er is gelukkig een to do list.
Nu is het hele leven natuurlijk één grote to-do-list, laten we daar niet kinderachtig over doen. Maar de lijst met dingen die je op vakantie per se gezien, gedaan en beleefd moet hebben, is niet mals. “Een bezoek aan Alcázar mag eigenlijk niet aan je lijstje ontbreken.” “Sla ook zeker de Duomo di San Martino niet over.” “Vergeet niet je wandelschoenen mee te nemen, want dit gebied leent zich uitstekend voor een lange wandeling.” “Nu je je op slechts vijfentwintig kilometer van Luca bevindt, mag je een bezoek aan deze romantische stad niet overslaan.” De termen ‘niet overslaan en ‘vergeet niet’ zijn misschien wel de meest gebezigde frases in de reisbranche. Hallo, het lijkt Kantoor wel! Met allemaal dingen die op tijd af moeten! En duizend regels waar je je aan moet houden! Je zou haast terugverlangen naar die ellendige ratrace waar je net even tweeénhalve week aan was ontsnapt, als we de reistijd eraf trekken dan.
Natuurlijk, deels is de vakantie-to do list een adequate manier om bij thuiskomst sociale afgang te voorkomen. Je moet niet hebben dat je collega’s straks smalend roepen: “WTF JE HEBT DE BIJNA UITGESTORVEN MINIREUZENMARMOT VAN DIT OF DAT EXOTISCHE EILAND NIET GEZIEN?!” (En jij dacht nog: god wat stikt het hier toch van de zwerfkatten zeg.) Op een ander niveau is het interessant dat het avontuur dat vakantie heet blijkbaar van alle kanten moet worden gestut door wegwijzers en reminders. De reisbureaus wekken voortdurend de suggestie dat je zónder het lijstje de essentie van je vakantie mist en het avontuur niet ten volle zult ervaren. Dat is natuurlijk de zaken helemaal omdraaien. Maar eerlijk is eerlijk, het voelt de rest van het jaar ook eigenlijk best veilig om te doen wat een of andere geflipte manager je voorschrijft. En als je wordt gesommeerd “heerlijk te verdwalen” in een of ander oerwoud, dan is één ding in elk geval duidelijk: wát er ook gebeurt, echt verdwalen zul je niet.

Je bent héél ver weg – maar ook weer heel dichtbij.
Om ons er warm voor te maken, presenteren de reisgidsen je “unieke vakantie-avontuur” dus als absoluut tegengestelde van je gewone slaapverwekkende rotleven. Dat kan alleen maar door er een zo groot mogelijke afstand tussen te fabriceren. Maar terwijl de reisfolder dat doet, wordt tegelijkertijd benadrukt hoe dichtbij al dat vreemde is. Over “verre zonvakanties”: “De populairste bestemmingen in het Caribisch gebied zijn onze eigen Nederlandse Antillen.” “Afrikaanse cultuur op slechts 6 uur vliegen.” En mocht het toch allemaal een beetje exotisch overkomen: “Weg van de tempels relax je in één van de nieuwe ‘upmarket’ resorts nadat je bent aangekomen op het strakke, geheel vernieuwde vliegveld.” Pfjew, adem uit: hoe groot de afstand ook is, zó’n enorme stap is het dus ook weer niet. Op een iets andere manier bewerkstelligt de continue benadrukking van de “onvergetelijkheid” en het feit dat je “nog lang zult nagenieten” hetzelfde – het is een subtiele vooruitverwijzing naar als je straks weer veilig thuis bent. Hoe ver je ook weg bent, je eigen huis is altijd dichtbij.

Je komt in een warm bad.
De reisbureaus doen daar zelfs nog een schepje bovenop. Zo wordt al het avontuur dat je te wachten staat steevast gecompenseerd door een ware tsunami aan vriendelijkheid en warmte die heel erg aan thuis doen denken. Soms letterlijk: “Bij het eerste kopje koffie weet u: dit is thuiskomen.” Vaker wordt er verwezen naar de immer “gastvrije bevolking” die elke vakantie tot een “intens genoegen” maakt. Zo moet het raar lopen “als je niet een avond lang met Turken over van alles en nog wat gesproken hebt.” “Het kan een avontuur zijn vol ontmoetingen met vriendelijke mensen die graag een gesprek met je aanknopen.” Of hier, in één zin avontuur en veiligheid op schiterende wijze verenigd: “De vaak woest ogende natuur staat in opvallend contrast met de open en gastvrije bevolking.” Echt gezellig.

Adembenemende vergezichten: check.
Een reisgids is vaak net een ansichtkaarttekst uit de jaren vijftig. Zo heeft elke bestemming “voor elk wat wils”, is het er “heerlijk toeven”, kunnen watersportliefhebbers “hun hart zeker ophalen”, liggen bezienswaardigheden bij voorkeur op “een steenworp afstand” (maar desondanks word je geacht urenlang te “struinen” of “slenteren”. De versteende taal van het reisbureau doet wel wat denken aan… verrek, je opa en oma! Maar het absolute toppunt van verstening zien we in de combinatie-clichés die al sinds jaar en dag dezelfde zijn. Telt u even mee: adembenemende vergezichten, oogstrelende landschappen, witte stranden, weemoedige fadomuziek en zoete druiven. Ravijnen? Duizelingwekkend. Straatjes? Schilderachtig. Vestingmuren: eeuwenoud. Ergens bekruipt ons een gedachte: waarheen we ook gaan, we weten al precies hoe het eruit gaat zien.

Dit artikel stond op 4 juli 2015 in Volkskrant Magazine

vakantie (vkmag)

Het was op de vierde dag dat ik ermee was begonnen mijn toenmalige vriend dood te zwijgen. Na driehonderd kilometer bergklimmen had hij moeten toegeven dat dit “misschien toch inderdaad niet de bejaardenroute” was. Ik had de lippen op elkaar geperst. Ik prikte zwijgend zeven blaren door. Mijn vriend haalde zijn schouders op. Hij blies zijn sigarettenrook weg op de wijze van mannen die vrouwen haten. De zon was heet, de stilte koud en het uitzicht was op zich wel prima. Per ongeluk kruisten onze blikken elkaar. Gauw keken wij naar de lucht. Een adelaar vloog boven ons, het kan ook een duif zijn geweest. Vaak weet je achteraf feilloos aan te wijzen wanneer een liefdesrelatie nou eigenlijk precies is geëindigd en ik begreep direct dat dít later dat moment zou worden.

Enfin, van alle mensen en dieren die je op vakantie tegenkomt is Je Toekomstige Ex misschien wel de meest pijnlijke. Maar er zijn natuurlijk wel meer vakantionele archetypes. Een kleine greep.

De Genieter
Also known as de blije eikel. Meestal is de genieter een gesandaliseerde man, die op een rots gaat staan en met de handen in de zij nét iets te lang en te nadrukkelijk van het uitzicht geniet. Mitsen en maren zijn de genieter onbekend, hij vindt de temperatuur perfect, kwallen fascinerend en zeeziekte “een intense piekervaring”. De genieter is dus feitelijk niet te genieten. Maar hoewel je soms met overslaande stem zou willen roepen: als je nog één keer zegt hoe fantástisch het hier is, sla ik je uit je kano – nee, dát kun je gewoon niet zeggen in dit tijdsgewricht waarin de geluksmaffia het voor het zeggen heeft. Wat kun je dus tegen een genieter beginnen? Niks. Nou ja, héél goed insmeren – om alle positiviteit van je af te laten glijden.

De Verhuurder
Zelfs als de verhuurder van het vakantiehuis slechts een conceptueel mailpersonage is, is hij toch feitelijk altijd aanwezig. Hoezo heeft hij de bedden tegenover elkaar gezet!? Is dat zijn dochter die hier op de wc hangt of zou het zijn veel te jonge vrouw zijn? Waarom staan er alleen maar boeken over wapens?! En wat heeft hij hier voor een raar houtje neergelegd, ik gooi het weg.
Lastiger is het als de verhuurder echt blijkt te bestaan en je “cottage met ongekende privacy” verstoort door dagelijks het gras te komen maaien. Of door intiem op de bedrand zittend te informeren of alles nog steeds naar wens is. Maar waar hebben jullie in godsnaam het essentiële warmwatervoorzieningshoutje gelaten?!?! Voor je het weet, heb je ruzie met de eigenaar en hij zóu dus wapens kunnen hebben.
Echt vervelend wordt het als blijkt dat het huis van de verhuurder pal naast of tegenover het vakantiehuis is gesitueerd. Bij alles wat je doet, zie je jezelf met de argusogen van de eigenaar. Je eet alleen nog met mes en vork. Je stikt haast in het nietruziemaken met je partner. Je praat alleen nog fluisterend. Niet bevorderlijk voor het echte vakantiegevoel. Dus van lieverlee vlucht je elke dag naar een andere vulkaan, terwijl: als je er één gezien hebt pfff.

De Klager
Het negatief tegenovergestelde van de genieter. De klager ziet óveral opportunities voor onvrede. Het is hier wel 35 graden! Het is hier maar 35 graden! Het eten is niet binnen te houden, er is te veel eten, er is te weinig eten, er is precies genoeg eten!?%&!?!?? De klager is alomtegenwoordig, maar pik ze er maar eens uit. Soms kom je op dag één van je vakantie in een cafeetje iemand tegen, je vraagt nietsvermoedend hoe het hem hier bevalt en na drie kwartier slof je katsdepressief naar je appartement en schopt vloekend een schurftige zwerfkat (zie verderop) van je bed. Dikke kans dat je dan geïnfecteerd bent met een klager. Veel drinken is het enige.
Erger is het nog als de klager zich in je eigen reisgezelfschap bevindt. In Nederland een prima kerel maar du moment dat je in het vliegtuig stapte begint het gedonder. Het enige voordeel is dat jij zelf karaktertechnisch gunstig afsteekt bij een klager – en dat is natuurlijk ook wel eens een keer leuk. Het nadeel is dat je weinig tegen een klager kunt zeggen dat hem op andere gedachten brengt. “Flikker toch op” is bijvoorbeeld niet handig gekozen: de klager zou namelijk best graag eerder naar huis gaan, want dan kan hij klagen over een te korte vakantie.
Noteer dat veel notoire klagers het echt niet kunnen helpen. Hun klaagdrang hebben ze geërfd van hun klaagvader of zeurmoeder en er is ze dus gewoon niet geleerd wat je anders zou moeten zeggen de hele dag. Wat, iets genuanceerds?! Beláchelijk woord.

De Authentieke Autochtoon
Ik ken mensen die naar het buitenland gingen en bij terugkomst trots vertelden over de fantástische culturele dans die daar ze hadden geleerd. Doe hem eens voor dan? Deden ze. Bleek de Vogeltjesdans. True story. Zaken waarvoor we in het eigen land de neus voor ophalen, is in een ander land ineens folklore en – komt dat woord – authentiek. Dat geldt voor tandeloze dronkaards (“ach kijk, een clochard”), in zichzelf pratende oude vrouwtjes (“zou dit nu de dorpsoudste zijn”) en flirtende Italiaanse gladjakkers (“wat zijn de mannen hier nog galánt hè”). De authentieke autochtoon, je zou hem bijna mee naar huis nemen. Ware het niet dat hij daar dus totaal niet tot zijn recht komt.

Het Echtpaar
Soms is het geheel iets heel anders dan de som der delen. Men neme: een sympathieke man. En: een invoelende vrouw. Maar zet ze samen op een tandem en het is freakin’ hommeles. Waar het ongelukkige duo de rest van het jaar op flexe wijze uit elkaars vaarwater weet te blijven, is dat op vakantie natuurlijk volslagen onmogelijk. En iedereen weet: een gestrand huwelijk is altijd erger als je op een strand ligt.
Je hebt echtparen die in stilte vechten, zoals mijn katten soms doen, dan hoor je achter de bank een soort van zacht gehijg, terwijl de haren omhoog je nek in dwarrelen. Andere stellen zijn de schaamte allang voorbij. In Italië hoorde ik een vrouw op klare toon tegen haar man zeggen: “Houd je bek, gore hufter.” (Het was rustig op de camping, het hele veldje had net zijn eten op, iedereen hield zijn adem in, de bomen hielden op met ruisen. Na een tijdje begonnen we maar weer te praten, want je moet toch door met leven.)
Bij sommige echtparen bid je voor een nét niet dodelijk kabelbaanongeluk waardoor man en vrouw ineens weer begrijpen waarom ze ooit et cetera. Maar er is een treuriger variant voor wie zelfs onze lieve heer niets meer kan betekenen. Dat is het echtpaar dat het geen zak kan schelen of de ander dood neervalt ja of nee. Je ziet wel eens mannen op het strand zitten en alles aan hun rug vertelt je dat ze hopen dat hun vrouw door een golf wordt verzwolgen. En sommige vrouwen kijken naar hun man met die typisch afwezige blik die je hebt als je je afvraagt hoe duur een huurmoordenaar zou zijn. Divorce Hotel-materiaal.

De Zwerfkat
Het is een wetmatigheid dat zo tegen dag twee van elke vakantie de zwerende zwerfkat zijn opwachting maakt. Meestal ligt hij blasé op het terras tijdschriften te lezen tot je terug bent van het zwembad, om vervolgens extreem emotioneel behoeftig (riiight) op schoot te springen. Kan ook zijn dat hij al op je bed ligt en zijn vlooien daar heeft uitgelaten. Hoe dan ook: de gevolgen van bonding met een zwerfkat moeten niet worden onderschat, zeker niet als er vrouwen in het spel zijn. Als het tegenzit, draait binnen twee dagen alles om de kat en mogen uitstapjes niet al te lang meer duren, “want anders is het katje zo alleen.” “Ehm het is een díer hoor.” “DIEREN ZIJN OOK MENSEN KLOOTZAK!”
De zwerfkat kan ook een hond zijn. Tel er dan poot-op-arm-leg-situaties bij op, voeg smekende blik toe en je mag wel vast plek in de koffer gaan maken.

De Prater
Het maakt de prater geen zak uit of er een tsunami zit aan te komen, als hij of zij maar even iets mag zeggen. De mannelijke prater is vaak een verstokte betweter, een soort levende Wikipedia. Het is de man die je, direct als je des ochtends je tent openritst, vertelt dat zeeën die slechts een nauwe toegang hebben tot de oceaan slechts een zeer beperkte eb en vloed kennen. Het is ook de man die tijdens een museumexcursie aan de lopende band vragen stelt en ze vervolgens zelf ook maar even beantwoordt. Hoe anders is de vrouwelijke prater. Van hen hoor je over het algemeen geen feiten die men zo op het wereldwijde webje zou kunnen opzoeken. De vrouwelijke prater en het spijt me voor het feminisme praat voornamelijk over niets. Of nou ja, over details van details, en daar dan de finesses van.
Waar praters zijn, zijn natuurlijk ook slachtoffers. Meestal sub-assertieve mensen die in the end geen andere mogelijkheid zien dan acht minuten onder water blijven of zich achterover van een muurtje laten vallen als er eentje komt aanlopen. Menige spoorloze-vakantieverdwijning kan dan ook rechtstreeks op het conto van een niet te stuiten prater worden geschoven.
De muzikale variant van de prater is overigens de gitaarspelende backpackhipster. Het type dat dan wel light travelt maar te pas en te onpas een gitaar uit de zwembroek weet te toveren. En dan is het de bedoeling dat je eerbiedig luistert naar deze gevoelige blablabla oh man hou toch je kop!!!

Jezelf
Moeten we het niet ook nog even hebben over de vrij gezellige vrijgezel? Het kutterige kutkind? De behendige handdoeklegger? Nou eh, laten we het nú maar eens over jou hebben. Want als het goed is, kom je ook jezelf wel een keer of wat tegen tijdens je vakantie. Met je gejank als je drie kilometer moet lopen. Je heimwee naar je dode kat Boris V. in de freaking middle of een regenwoudje. Je WIFI-humeur. Ik zeg het niet graag, maar er moet ernstig rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat ándere mensen op hún beurt vanaf hún handdoekje boude uitspraken over jóu doen. “Die blonde vrouw die altijd vloekend een telefoon in de lucht houdt, die spoort volgens mij ook niet echt.” “Nee dat dacht ik in het vliegtuig al.” Ik schrijf dit nu wel op maar het is onverteerbaar. Dit kan niet waar zijn. Dit klopt gewoon niet. Die mensen zijn gek. Ik wil naar huis.

Dit artikel stond op zaterdag 5 juli 2014 in Volkskrant Magazine