reinbert

Ik kende Reinbert de Leeuw totaal niet, maar mijn indruk was dat het wel een lieve man was. Alleen al omdat hij in zijn voorstukje op bijna verontschuldigende toon meldde: “Dit jaar ben ik één van de Zomergasten” (mijn cursivering), als om maar aan te geven dat er ook nog vier andere zouden zijn. Nu ik dit overlees, slaat het niet echt ergens op, maar toen ik het zag sloeg het wel ergens op. Ik moest namelijk direct denken aan de voorvorige Zomergast, Jim Taihuttu, die nogal terloops, en passant & langs de neus weg keihard probeerde te beklemtonen dat hij vagelijk meende de jongste Zomergast ooit te zijn. Jonge mensen zetten graag overal hun geboortedatum achter, om daarmee te zeggen: kijk, ik ben nog maar zó jong en toch heb ik dit bereikt, hoe schattig ben ik! Grow up ettertje, denk ik dan, maar goed ik heb gewoon een hekel aan jonge mensen omdat ik zelf oud ben.

Terzake. Een zekere bescheidenheid leek dirigent Reinbert (mag ik Reinbert zeggen / liever niet ik ben namelijk even oud als je vader / oké ik doe het toch) te tekenen en dat nam mij voor hem in. Ware het niet dat ik zo stom was om vlák voor het begin van Zomergasten gisteravond nog even een groot portret over de man te lezen. Dat was niet overal even positief en ik ging er daardoor niet blanco in. Alsof je een date hebt met iemand over wie het hardnekkige gerucht gaat dat hij een serial killer is. Liever had je die voor-info niet gehad want zo fiets je toch net iets minder onbevangen met hem mee naar zijn huis om zijn stickerverzameling te gaan bekijken. Tuurlijk, je blijft op je qui vive en daardoor misschien in leven. Maar toch vind je het leuker om je ergens met hart en ziel in te storten.

Zo verging het mij met Reinbert ook: dwars door zijn muziekhistorische college en dwars door zijn enthousiast zwaaiende armen dacht ik steeds, met mijn armen over elkaar en een half dichtgeknepen linkeroog: eh ja, alles goed en wel maar je bent dus wel een beetje een POTENTAAT OKE. En een links-radicaal. Kan ik niet tegen, linksradicalen. Ook niet tegen rechtsradicalen trouwens. Of radicaal stoppen met suiker. Mensen, zoek toch alsjeblieft een beetje de middenweg.

Hoe graag ik mij dus ook zonder terughoudendheid in het college van Reinbert gestort had, dit is niet gelukt. Geregeld dwaalden mijn ogen af naar mijn ene kat die eerder deze week van drie hoog uit het raam gedonderd is en niets mankeert maar met dezelfde verbolgenheid als daarvoor het leven beziet. Het kan zijn dat de inhoud van Reinberts college daar ook iets mee te maken had. Niet met de kat, maar wel met het afdwalen. Misschien een mooie gelegenheid om de term gapende afgrond eens een keer te gebruiken, want het college van Reinbert ging mij totaal boven de pet. Ik luisterde naar teksten en ik dacht: oké. Ik hoorde muziek waarvan ik dacht: oké. En ik wist dat ik beide pas op waarde zou kunnen schatten als ik meer context zou kennen. Maar ik ken die wereld niet. Mijn context in de muziek is gevuld met muziek die hippere mensen tegenwoordig guilty pleasures noemen maar waarvan ik in de auto begin te dansen als Sky Radio het draait. Ik heb dan wel een muzikale achtergrond maar die bestaat eruit dat ik vroeger op de bruiloften en partijen covers stond te zingen die ik hier niet met name kan noemen. En ik kan serieus allevier de jaargetijden van Vivaldi feilloos mee-dirigeren, maar die hele Vivaldi is zoiets als een klassieke-wereld-guilty pleasure en dus zéker, ik herhaal zéker niet iets waarmee je voor de dag zou moeten willen komen.

Het is altijd een vreemde en fascinerende gewaarwording als je ergens zó weinig van snapt dat je er niet eens een mening over kunt hebben. Kun je nagaan, ergens geen mening over hebben, het lijkt wel 1984 of zo, hahaha! Ik moest gisteravond een paar keer denken aan projecten waarbij ik ooit en tegen mijn wil betrokken raakte en waar door de aanwezigen een taal werd gebezigd die ik niet sprak. Gewoon niet sprak. En de rest wel. Het was een rare taal, hij zat vol met woorden die eigenlijk niet konden en en ergens vermoedde je dat er misschien wel een hele hoop bullshit werd gezegd – maar je had véél te weinig achtergrond om ook maar iets anders te willen dan zo snel mogelijk naar huis gaan en in bed te gaan liggen met deze of gene serial killer.

Speaking of which: ik moest gisteravond dus met gapende afgrondgevoelens gaan slapen. Als ik zelf Reinbert de Leeuw was geweest, had ik misschien in de voorbereiding van zijn Zomergasten-avond gedacht: nou, misschien dat lang niet iedereen het snapt en dat het te hoog gegrepen is of zo, dus laat ik er ook nog wat fragmenten in gooien die voor dat soort mensen leuk zijn, anders zitten die de hele avond zo’n beetje sip naar de televisie te staren en daar voel ik me dan weer een beetje vervelend over want het zou leuk zijn als iedereen het naar z’n zin heeft!

Maar nee hoor, niks daarvan. Wat een potentaat.

freek

Halverwege Zomergasten stootte Freek de Jonge een glas water om en heel even flakkerde de hoop op dat er iets vreselijk mis zou gaan. Zo is de mens in dit tijdsgewricht, of althans: zo ben ik zelf in dit tijdsgewricht: tuk op een relletje, een sucker voor dingen die van de trap escaleren en waar je dan vervolgens iets ingehoudens maar retweetbaars over op de twitters kunt zetten.

Maar goed. Freek de Jonge stootte halverwege zijn Zomergasten een glas water om, hij veegde het water met zijn hand van de tafel, hij ging met diezelfde hand door zijn haar en een steek ging door me heen wegens jaloezie ten aanzien van mensen die hun haar bezitten in plaats van andersom. Er kwam een vrouw met een doekje. “Dat is wel een héél klein doekje”, zei Wilfriend de Jong en als om dat te onderstrepen, gooide hij zijn koffiekopje om. Het doekje was nu zéker te klein. Het gesprek ging verder, rechts onderin het beeld zagen we een vrouwenhand met het kleine doekje van links naar rechts gaan over de tafel en ik dacht: zou die vrouw nu vannacht de uitzending terugkijken om haar eigen hand te zien debuteren op live tv? Het is toch een momentje. Een wel héél klein momentje, maar toch.

Los van dit incident ging er dus niets mis tijdens Zomergasten met Freek de Jonge, of het zou moeten zijn dat al mijn oordelen over de man op de helling moesten. Dat was even slikken, ik had het al twee dagen stikheet gehad, de hele wereld stond op zijn kop en ik was er echt aan toe om enorm te worden bevestigd in mijn gelijk. Dat is dus niet gebeurd. Freek (mag ik Freek zeggen, ach doe eens gek) toonde zich een aimabele man met een paar mooie gedachten over de kunst en het lijden. En met zelfinzicht en relativeringsvermogen – en ik ben een sucker voor zelfinzicht en relativeringsvermogen. Maar het belangrijkst: Freek had alleen maar steengoeie fragmenten! Die ik hier zéker niet ga zitten oplepelen want daar heb ik totaal geen zin in, het kost tijd en zo. Maar neem het maar van me aan. Schitterende fragmenten.

Eén puntje van aandacht. Toen ik op Twitter de hashtag #zg14 checkte, bleken een aantal Freek-quotes wel érg populair. Ik kan daar niet goed tegen, hoe meer likes dingen krijgen, hoe stompzinniger ze worden – maar het kan zijn dat mijn calvinistische inborst me hier parten speelt. Bovendien krijg ik er een Paolo Coelho-gevoeletje bij en zie ik in mijn hoofd twitteraars die heel zelfgenoegzaam in bed stappen en nee, dit is niet goed. Kom op mensen, laten we nu ook weer niet doen alsof Freek de Jonge een soort van opgestane weet ik veel is. De man viel gewoon honderd procent mee.

Puntje 1b: Freek werd mij net iets te veel getwiteerd door coaches en ander gespuis. En dát is een vuile daad van toeëigening, zou mijn dode vriendin Els hebben gezegd, als ze nog leefde. Enfin, nu zij niet meer leeft, zeg ik het eens in de zoveel jaar.

wouter

Het is altijd een beetje lastig om het als vrouw over vrouwenquota te hebben, want voor je het weet word je weggezet als vrouw die het over vrouwenquota heeft. Maar HALLO ZEG: er zaten welgeteld 0,21 vrouwen in de aflevering van Zomergasten met Wouter Bos. Nul. Komma. Eenentwintig. En dat is weinig hoor, zelfs voor vrouwen. Trouwens: in de fragmenten van de Zomergast van vorige week, theaterregisseur Johan Simons, zaten bij elkaar opgeteld 1,4 vrouwen en ik heb dit uitgerekend op mijn rekenmachine en élke minuut van Zomergasten gekeken dus kom alsjeblieft niet met: ja maar die ene dat was toch een vrouw! Eh nee, dat was ook een man.

Oké dat was het. Misschien kom ik er nog op terug, ik ben ergens toch getergd. Enfin. Ik weet wederom niet zo goed wat ik van deze Zomergast vond, ik heb dat nooit zo helder. Ik had wel vooroordelen, in de middag voorafgaand aan Zomergasten riep ik nog tegen vriendin 1 dat Wouter Bos een glijer en een poseur was. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik dat wel van mezelf heb, het verbaasde me dat ik die woorden zo paraat had. Misschien heb ik ze gewoon overgenomen van anderen, want serieus, zo gaan die dingen bij mij soms. Tijdens de uitzending werd ik trouwens wel enorm bevestigd in dat oordeel. Dat lachje. Die volzinnen. Het fronsje. En al mijn Twitter-collegae vonden hetzelfde!

Dus toen gebeurde wat mij altijd gebeurt als we het gezellig met zijn alleen ergens over eens zijn: ik wijzigde mijn oordeel. Vrij irritante reflex en ook niet altijd bijzonder handig. Maar ik las al die tweets over de al dan niet aanwezige authenticiteit van Wouter Bos, over hoe echt hij zijn woorden meende en waarom hij potverdorie zijn kwetsbaarheid niet toonde. Ik dacht twee dingen: 1/ euh zitten we hier soms op de soosjale akademie? en 2/ kutjekrisis wat is er toch up met die overdreven eis naar echtheid?! Ik kan het niet meer horen en ik stel voor dat we de komende tijd, laten we zeggen zéker een jaar, alleen nog maar applaudisseren voor ónechte dingen, puur voor het contrast. Ter compensatie bedoel ik.

Applaus voor Wouter Bos dus. Maar goed, toch nog even over dat verrekte vrouwenquotum. Kijk, want nu zullen sommigen onder jullie zeggen: ja maar HALLO ZEG blijkbaar kon Wouter Bos gewoon ff geen inspirerende fragmenten met vrouwen erin vinden. Of: wie ben jij om te bepalen dat Wouter Bos ook vrouwen in zijn fragmenten moet stoppen?! En: zeg Veldman, we leven hier toch in een vrij land en niet in een zogenaamde vrouwendictatuur of zo?! Maar dan zeg ik: hou eens op met van die vragen aan mij te stellen want ik heb er echt een hekel aan om te worden onderbroken in een betoog waarvan ik zelf ook niet precies weet waar het naartoe gaat. Bovendien: het kan gewoon niet waar zijn dat er geen mooie, leerzame of lachwekkende fragmenten met vrouwen erin te vinden zijn. Die zijn er namelijk heus wel. Wel! En nu de pointe: dat is gewoon leuker voor vrouwen. Want stel, je bent vrouw, dan zie je ook nog eens iemand van je eigen sekse in zo’n programma! Het is heel simpel maar je moet er maar opkomen.

Kijk, het moet natuurlijk ook weer geen verplichting worden! Maar laten we afspreken dat je vanaf nu wel gewoon wordt gearresteerd als je drie uur lang vergeet dat er ook vrouwen op de wereld zijn.

beatrice

Ik had eigenlijk vannacht even een stukje over Zomergasten willen schrijven maar het geval wilde dat het laatste fragment van terrorisme-deskundige Beatrice de Graaf bestond uit: orgelklanken en Psalm 84 (oude berijming). Ik gleed direct weg in een diepe en droomloze slaap – zoals het de ware ex-grefo betaamt. Ik weet niet hoe het andere afvallige kerkgangers vergaat maar ik hoef maar een kerk binnen te lopen (of, for that matter: een man een monoloog zien houden) en mijn bewustzijn schakelt zichzelf als het ware vanzelf uit. Het is werkelijk schitterend hoe het menselijk lichaam de dingen soms oplost.

Nou goed. De rest van de avond was allesbehalve om bij in slaap te vallen. Sterker, er is bijna geen Zomergast geweest bij wie ik zo wakker bleef. Of toch wel, ik herinner me van vorig jaar migrainiste Jolande Withuis, bij wie ik ongeveer hetzelfde gevoel had. Toegegeven: ik ben een sucker voor alles wat met oorlog en terrorisme te maken heeft, maar ook los daarvan was het een schitterend college van drie uur lang. En daarom een Zomergasten volgens het boekje, althans volgens wat in míjn boekje Zomergasten is maar hallo, míjn boekje is gewoon het beste boekje. Met een gast dus die een Plan heeft met de avond en dat plan vastberaden uitvoert, fronst bij domme vragen en gewoon ijskoud haar zinnen afmaakt als ze wordt geïnterrumpeerd, hahaha! En met een presentator voor wie dus uiteindelijk weinig meer overblijft dan fragmenten aangeven, aanmoedigend hummen en netjes de avond afkondigen.

Kortom: Zomergasten zoals het oorspronkelijk in de Bijbel bedoeld was.

nelleke

Zit er tegenwoordig nog wel eens iemand in een sekte? Dat vroeg ik me af bij Zomergasten, tijdens een fragment van een documentaire over de Bhagwan. Ik heb op de havo minstens twee keer een werkstuk gemaakt over sekten, dat was toen een ontzettend geliefd onderwerp. Dagenlang zat ik in de studiezaal van de bieb, met een knipselmap die ‘sekten en bewegingen’ heette. Ik las over hoe sekten precies werkten en hoe ze je zover kregen dat je je hele leven opgaf, van school ging en in een soort van tentenkamp oid ging wonen met heel veel andere mensen die ook hun hele leven hadden opgegeven. Ze zouden je pakken op je zwakste eigenschappen. Ik dacht lang na over mijn zwakste eigenschappen, het waren er best veel. Ik staarde naar plaatjes van sekteleiders. Sommige van hen hadden lange baarden, andere sekteleiders waren heel aantrekkelijk, met halflang krullend blond haar, ik denk eigenlijk een beetje zoals Jezus in zijn goeie tijd.

Ik was in die tijd best bang dat ik een keer op een wankel moment in een winkelstraat zou worden benaderd door ontzettend vriendelijke meisjes en jongens, geen nee zou durven zeggen en daags erna gehersenspoeld zou zijn. Daarna zou je dan het hele traject krijgen dat mijn familie me ging opsporen en op slinkse wijze uit de sekte zou kidnappen. Ik zou onthersenspoeld moeten worden. Het leek me een hele toestand en mijn vader en moeder zouden er waarschijnlijk nooit meer helemaal van herstellen. Ik zou in onze familie een zwart schaap blijven en uiteindelijk ergens op een NS-station eindigen als een soort van Christiane F., met een injectienaald in mijn lekgeprikte ader.

In werkelijkheid werd ik nooit ook maar één keer benaderd door sekteleden, iets dat mij tot mijn verbazing licht krenkte. Was ik niet goed genoeg om te worden gehersenspoeld, et cetera.

Enfin, dat spookte dus door mijn hoofd tijdens de aflevering van Zomergasten met Nelleke Noordervliet. Het was dus een avond waarin je best tussendoor zo je eigen gedachten kon hebben. Een onderhoudende avond, maar niet meer dan dat. En ik geloof ook niet dat ik iets nieuws heb geleerd. Maar: soms is er sprake van een uitgesteld leren dus ik houd nog een slag om de arm. Ik verlang soms best een beetje terug naar de tijd dat ik nog twitterloos Zomergasten keek en gewoon helemaal geen idéé had wat ik ervan vond. Dat je weken rondliep met een halve mening, een kwart mening, of totaal geen mening. Want: je had gewoon Zomergasten gekeken en dat was dat. Verder niks. En in plaats van het via Twitter declameren van een visie in de trant van JEZUS IK SCHEI ERMEE UIT WAT EEN BAGGER TV, had je dan daags na Zomergasten een koffieautomaat-conversatie die ongeveer zo verliep:

– Heb jij nog Zomergasten gezien gisteravond?
– Ja, met die baviaan!
– Ja, die baviaan!!
– Apart of niet.
– Zeer zeker wel apart!
– Nou ik ga weer wat doen.
– Ja ik ook doei.

En dan ging een ieder weer zijns weegs. Dingen aan elkaar nieten, nagels vijlen, enfin al die dingen die je toen nog wel eens deed.

withuis

In de eerste minuut direct twee keer geschrokken. De eerste keer was toen ik presentator Jan Leyers in een verder lege studio de inhaalsessie met schrijfster/sociologe/migrainiste Jolande Withuis zag aankondigen. OMG, het zou toch niet wáár zijn hè! Maar toen startte er iemand een filmpje in en zagen we Leyers ineens… aan de keukentafel in het huis van Withuis zitten! Dat was dus de tweede schok. Want de mens is bepaalde dingen gewend en de dingen waaraan je gewend bent, die vind je gewoon fijn, kwestie van gewenning. Verder onbelangrijk, zoals de meeste zaken waarbij gewenning in het geding is. Want uiteindelijk bleek het geen zak uit te maken waar de Zomergast zich bevindt, als het maar een beetje een mooie avond wordt.

Dat werd het! Ik heb een hekel aan samenvattingen dus kijk vooral op uitzending gemist, maar het ging over de oorlog, slachtofferschap, de dodenherdenking, het communisme (Withuis komt uit een CPN-milieu en moest naar eigen zeggen in psychoanalyse om daarvan los te komen) (!!!), romantiek en kanker. Heerlijk was de veeg uit de pan die het afschuwelijke Pink Ribbon kreeg van Withuis, die zelf borstkanker heeft overwo gehad. “Meer geluk dan wijsheid”, zei Withuis en daarmee sloeg ze natuurlijk de spijker op de kop.

En dat bleef zo. Withuis sloeg eigenlijk continu spijkers op de kop, en deed dat op een nuchtere, welbespraakte en ook nog eens aimabele manier. (Heel leuk om een vrouw continu spijkers op de kop te zien slaan, dat straalt toch een beetje op de sekse af, of niet soms.) Geen wonder dus dat bij de twitterhashtag #zg12 geen onvertogen woord te vinden was, behalve bij een paar verstokte communisten die vurig hoopten op een nieuwe migraine-aanval bij de gast in kwestie. Verder is er slechts lof te lezen, een lof die zelfs grenst aan het lyrische. Dat bevalt me niet. Als de massa ergens lyrisch over is, dan is er vaak iets mis mee. Maar wat. Misschien de lyriek an sich? Soms denk ik dat we alleen nog maar kunnen verguizen of bewierroken. Zit niks meer tussen. Treurig. Ik denk dat ik in de geest van ons nieuwe icoon Jolande Withuis spreek als ik er dit over zeg: nou mensen, overdrijven is ook een vak, je kunt ook gewoon zeggen: dat was bij vlagen best leuk wat die vrouw te zeggen had. Basta.

adriaan

Lang, heel lang geleden werd ik eens op een blind date gestuurd. De finesses daarvan doen er nu niet toe, hoewel de aanloop nog wel een grappige story was maar laat ik me in godsnaam inhouden. “Het is een hééééle aardige jongen”, zeiden mijn vrienden en ze gaven me een klopje op de schouder. Het klopje deed mij de wenkbrauwen fronsen, maar ik fronste in die tijd wel vaker mijn wenkbrauwen (er zaten dagen tussen dat ik niet eens ontfronst raakte) dus ik besteedde hier verder geen aandacht aan.
De jongeman van de blind date bleek inderdaad een heeeele aardige jongen, dermate aardig zelfs dat ik best nog enige moeite moest doen om niet luid snurkend met mijn hoofd op tafel te vallen. Aan het eind van de avond probeerde hij er, blijkbaar ongehinderd door nonverbale signalen, een vervolgdate uit te slepen door me vol op de bek te pakken en daarna een vervolglocatie te suggereren: een restaurant. Alleen sprak hij dat uit als restaurâh. En terwijl ik het speeksel van mijn blind date van mijn mond veegde, dacht ik de volgende gedachte: zeg zeiksnor, nog even los van dat ik nog liever op een onbewoond eiland dood ga van verveling dan met jou, mensen die restaurant als restaurâh uitspreken, die zijn al helemaal belachelijk!!
Nee, het was inderdaad een niet bijzonder eloquent geformuleerde gedachte maar bedenk wel: ik was kapotmoe. En het waren de jaren tachtig, ik deed een sociale studie en ik hóórde me derhalve af te zetten tegen alles wat een kakker was. Bovendien, ook niet onbelangrijk: bij ons in de familie spraken we zelfs het woord douche als does uit, en die loyaliteit blijft op de een of andere manier in alles doorsijpelen.

Mijn excuses voor deze afschuwelijke brug maar de herinnering aan mijn blind date overviel mij aan het begin van de uitzending van Zomergasten gisteravond, om precies te zijn toen Adriaan van Dis dus het woord restaurâh in de mond nam. Kakker, dacht ik. Want dan ben je gewoon een kakker natuurlijk. Heel even dacht ik: ik ga gewoon het aanrecht boenen. Maar toen bleek Adriaan in psychoanalyse te zijn geweest en nou ja, dan heb je mij eigenlijk al hè. Schitterend mooi! Wat een zelfkennis! En wat een verteller is die man! En wat een mooie dingen had hij uitgekozen om te laten zien!
Ja mensen, sorry voor de uitroeptekens, maar jullie lezen het goed. Ik heb op deze een na laatste aflevering van Zomergasten dus feitelijk niets aan te merken, behalve dan de kakstem van Adriaan van Dis maar daar hebben we het nu wel lang genoeg over gehad. Oh, en de wel erg herfstige :-/ tint van het overhemd van Jan Leyers. Het stond hem overigens prima, dat moet ik eerlijk zeggen. Werkelijk álles staat die man, ongelofelijk!

verwaayen

Ik vond het wel fijn dat Zomergast en kapitalist Ben Verwaayen een beetje snel praatte en dat hij zo enthousiast was. Het is altijd prettig om te luisteren naar iemand die enthousiast is en echt héél graag wil dat de ander blijft luisteren. Door stemverheffing, door grootse handgebaren of desnoods zelfs door mensen door elkaar te rammelen. Het is niet altijd even netjes maar bekijk het ook eens van de kant van de enthousiast pratende mens. En hallo: tel je zegeningen bij een kletskous als Verwaayen: sommige eerdere Zomergasten praatten zo monotoon en bewegingloos dat ik ze graag héél hard had willen knijpen en ze vervolgens de cursus ‘hoe word je een beetje een Zomergast waar de mensen juist níet van in slaap vallen’ zou hebben aangeboden. Het is immers niet dat de luisteraar wakker blijft als de manier waarop je communiceert doet vermoeden dat je de passie van een dood paard hebt. Communiceren is verkopen mensen! En op zich is het dus geen wonder dat topverkoper Ben Verwaayen daar zo goed in was.

Tot zover de vorm. Wat inhoud betreft had Verwaayen het eigenlijk al vrij snel enigszins bij mij verbruid, om precies te zijn vanaf het moment dat hij de Stanford-speech van Apple-topman Steve Jobs alias de Jezus C. van deze eeuw liet zien. Mijn twitter-timeline keek de speech al snotterend en devoot knikkend mee. Zó inspirerend. Zó waar! En zo simpel maar toch zo diep! Euh ja, maar ook zo simpel. Vooral dat eigenlijk. Misschien is het omdat ik van gereformeerde huize ben en dus mijn hele jeugd mannen op kansels heb moeten aanhoren en nu dus een logische aversie tegen mannen op kansels heb. Maar het zit hem ook in iets anders, en wel in wat je de verTEDtalkisering van de samenleving zou kunnen noemen. Direct daaraan gelieerd is de mythe van het aangeharkte universum – een prachtige term van waarover Asha ten Broeke onlangs een aardig stukje in Trouw schreef. Daar stond onder meer dit in: “In de beroemde Ted-talks geven schrijvers, wetenschappers en zakenlieden onder de slogan ‘ideas worth spreading’ vakkundig gelikte lezingen vol fraaie anekdotes over hun Ene Grote Idee. Elke lezing weer vallen alle puzzelstukjes op hun plek en oogt de wereld even heel wonderbaarlijk. De immense populariteit van Ted – de toplezing is online meer dan 11 miljoen keer bekeken – geeft aan hoeveel mensen behoefte hebben aan zo’n aangeharkt universum. Blijkbaar zitten slechts weinigen te wachten op het cognitieve ongemak van de realiteit, met haar rommeligheden en tegenstrijdige feiten.”

Niks meer aan toe te voegen. Ook Ben Verwaayen was impressed door Jobs. Dus toen had hij het direct enigszins bij mij verbruid. Bovendien ging het de rest van de avond vooral over politiek, politiek en nog eens politiek. Mooi dat zo’n VVD’er daar dan de hele avond bij de vpro over los kan gaan, daar gniffel ik dan wel om. Maar verder: de politiek, daar weet ik dus geen hol van, laat ik dat maar direct zeggen. Soms grijpt het me ineens bij de keel: hoe dom ik ben. En hoe weinig ik echt van de wereld weet. En dat dat dan gewoon mag stemmen straks.

lidewij

Ik moet erbij zeggen dat ik bij voorbaat niet heel enthousiast was over trendvoorspeller Lidewij Edelkoort. In een interview met de vpro-gids las ik dat Edelkoort destijds verantwoordelijk was voor die kut-vuvuzela die het WK in Zuid-Afrika teisterde. Ik weet niet of dat echt waar is, of dat Li haar invloed op de Zuid-Afrikanen een beetje heeft overdreven. (Ik denk zelf ook vaak dat ik de grondlegger van iets ben, en achteraf blijkt meestal dat ik het gewoon gejat heb van iemand). Maar ik onthield het wel van die vuvuzela. Ik haat harde geluiden.
Aan de andere kant ben ik dol op trends voorspellen of eigenlijk op voorspellen in het algemeen. Ik ben er niet zo goed in, maar dat mag de pret niet drukken.

Dit om even aan te geven hoe ik deze aflevering van Zomergasten in ging. Is best belangrijk hè, een Zomergastenrecensent is natuurlijk niet bepaald lid van de Freischwebende Intelligenz – je hebt je eigen sores en vooringenomenheden en, zoals in mijn geval dus: een freaking hekel aan harde geluiden. Maar toen de camera pande van het prachtige groene overhemd van presentator Jan Leyers naar de hipsterbril van Edelkoort (‘k heb hem thuis zelf ook), stond ik er dus redelijk fifty-fifty in.

Dat duurde niet zo heel lang. Tijdens het luisteren overviel me dezelfde vervreemding die me overvalt tijdens vergaderingen op Kantoor. Edelkoort zei namelijk niet alleen een paar rare dingen over vogels en een fiks aantal voor een voorspeller nogal voorspelbare dingen (voor een overzicht: hiero) – ze bleek ook nog eens meester in de vaagspeak en spreekt die taal met een vanzelfsprekendheid die duidelijk maakt dat ze er in haar eigen posse gewoon mee wegkomt. Omdat iedereen daar zo praat.

Had ik tegenover haar gezeten, dan had ik zeker zeventien keer de aanvechting gehad om Li, begeleid door een paar flinke petsen tegen het achterhoofd, genadeloos te bevragen op de specifieke inhoud van haar woorden. “Uuuh, wat bedoel je daarmee?” “Hoezo gaan we daar naartoe?” “Hmm, wat zég je nu precies?” “Een DIRNDL?!” Maar ergens voorvoel je al dat zoiets tot pijnlijke stiltes zou leiden. Zéér pijnlijke stiltes. Want verhullende woorden verhullen meestal voornamelijk het Grote Niets. Weet ik nog van Kantoor. Jan Leyers is er de man niet naar om iemand zo in zijn hemd te zetten, zo bleek. Ik ben er zelf ook niet zo sterk in. En volgens mij de meeste klanten van Lidewij Edelkoort al helemáál niet. Want die betalen ook nog eens heel veel geld voor een voorspelling van het orakel – en dan ga je vaagheid voor diepte aanzien, want zo werkt dat met dingen waarvoor je veel geld hebt betaald.
De Nieuwe Kleren van de Keizer, zondagavond 12 augustus opgevoerd door Lidewij Edelkoort.