adriaan

Lang, heel lang geleden werd ik eens op een blind date gestuurd. De finesses daarvan doen er nu niet toe, hoewel de aanloop nog wel een grappige story was maar laat ik me in godsnaam inhouden. “Het is een hééééle aardige jongen”, zeiden mijn vrienden en ze gaven me een klopje op de schouder. Het klopje deed mij de wenkbrauwen fronsen, maar ik fronste in die tijd wel vaker mijn wenkbrauwen (er zaten dagen tussen dat ik niet eens ontfronst raakte) dus ik besteedde hier verder geen aandacht aan.
De jongeman van de blind date bleek inderdaad een heeeele aardige jongen, dermate aardig zelfs dat ik best nog enige moeite moest doen om niet luid snurkend met mijn hoofd op tafel te vallen. Aan het eind van de avond probeerde hij er, blijkbaar ongehinderd door nonverbale signalen, een vervolgdate uit te slepen door me vol op de bek te pakken en daarna een vervolglocatie te suggereren: een restaurant. Alleen sprak hij dat uit als restaurâh. En terwijl ik het speeksel van mijn blind date van mijn mond veegde, dacht ik de volgende gedachte: zeg zeiksnor, nog even los van dat ik nog liever op een onbewoond eiland dood ga van verveling dan met jou, mensen die restaurant als restaurâh uitspreken, die zijn al helemaal belachelijk!!
Nee, het was inderdaad een niet bijzonder eloquent geformuleerde gedachte maar bedenk wel: ik was kapotmoe. En het waren de jaren tachtig, ik deed een sociale studie en ik hóórde me derhalve af te zetten tegen alles wat een kakker was. Bovendien, ook niet onbelangrijk: bij ons in de familie spraken we zelfs het woord douche als does uit, en die loyaliteit blijft op de een of andere manier in alles doorsijpelen.

Mijn excuses voor deze afschuwelijke brug maar de herinnering aan mijn blind date overviel mij aan het begin van de uitzending van Zomergasten gisteravond, om precies te zijn toen Adriaan van Dis dus het woord restaurâh in de mond nam. Kakker, dacht ik. Want dan ben je gewoon een kakker natuurlijk. Heel even dacht ik: ik ga gewoon het aanrecht boenen. Maar toen bleek Adriaan in psychoanalyse te zijn geweest en nou ja, dan heb je mij eigenlijk al hè. Schitterend mooi! Wat een zelfkennis! En wat een verteller is die man! En wat een mooie dingen had hij uitgekozen om te laten zien!
Ja mensen, sorry voor de uitroeptekens, maar jullie lezen het goed. Ik heb op deze een na laatste aflevering van Zomergasten dus feitelijk niets aan te merken, behalve dan de kakstem van Adriaan van Dis maar daar hebben we het nu wel lang genoeg over gehad. Oh, en de wel erg herfstige :-/ tint van het overhemd van Jan Leyers. Het stond hem overigens prima, dat moet ik eerlijk zeggen. Werkelijk álles staat die man, ongelofelijk!