musthaaaave

Ik zal maar direct uit mijn walk-in closet komen: mijn vage verlangen om met de mode mee te doen wordt wreed doorkruist door een nog veel groter verlangen: mijn hele leven uitzitten in mijn oversized knalrode joggingbroek. Maar goed, dit dóe je gewoon niet. Hoewel, soms twijfel ik. Hij zit zo fokking lekker. En ik hoor modemeisjes óm de anderhalve zin een term als ‘nonchalant’ en ‘casual’ gebruiken. En gisteren sloeg ik een modeblad open en de term joggingbroek sprong zo van de pagina! Komen dromen dan soms tóch uit? Maar toen ik ademloos verder las, begreep ik dat je er voor een vrouwelijke touch natuurlijk wel killer heels onder zou moeten dragen. En bij het verder bladeren werd de teleurstelling alleen maar groter: ‘casual’ wordt net iets te vaak in één adem met ‘chic’ genoemd. En ‘nonchalant’ – dat blijkt bij nader zien vooral bestudéérd nonchalant. Of, zoals de modebladen zouden zeggen: “quasi lukraak”. Ik weet genoeg. Of eerlijk gezegd: ik volg het niet helemaal maar ik begrijp één ding wel: toedeledokie, joggingbroekdroom.

De fashionmagazines zijn een wereld vól met codewoorden die vaak net iets anders betekenen dan ze lijken te betekenen. Het is een wereld van grafische prints en killer heels. Van klassieke silhouetten en gekke twists. Chunky sieraden, preppy denimbloesjes en “boho zonder poespas”. Nou, over die poespas valt te twisten. Een beknopt lexicon van de modebladen.

MUSTHAVE
Spreek uit : “OMG MUSTHAAAAAVE!!” Je ziet voor je geestesoog direct een heleboel verwend stampvoetende modemeisjes, die zich door niets en niemand laten weerhouden in hun queeste naar dat ene fashion-item dat hun bomvolle kledingkast en leven gaat completeren. De musthave past prima in het verslavingsjargon dat modebladen eigen is. Mocht je nog niet weten of je het wilt: “Je wilt het allemáál.” Mocht je nog last hebben van gezond verstand: “Oké, oké, we geven het toe, eigenlijk zoeken we gewoon allerlei excuses om er eentje te kopen. Ben jij al om?” En mocht je je eigen justificaties nog niet helemaal geloven: “Als je ze volgend seizoen zat ben kun je ze zonder gêne aan je minder modebewuste zus of vriendin geven.” Supersympathiek!
De musthave is, behalve de meest afschuwelijke fashionterm ever, ook een bijzonder afgesleten term: je komt hem inmiddels namelijk in zo ongeveer alle andere settings van het leven ook tegen. Musthave slowjuicer. Musthave oerbroodbakmachine. En kijk nou, de web-etalage van het plaatselijke dierenasiel: “Poes Simba is een lieve schat, echt weer eens een must have cat.” Maar nee hoor, de modebladen zien vooralsnog geen énkele aanleiding de musthave te dumpen.

CONTRAST
De eerste modegod slash stylist die het woord ‘contrast’ niet op het voorhoofd gekerfd heeft staan, moet nog geboren worden. Haal even diep adem, hier komen ze. Een sjieke rok met een stoere trui. Stiekem bloedsexy, die nieuwe degelijkheid. Zacht zijde, maar wel met een ruige rand. Een old time favorite met een gloednieuwe lieveling. Zoete tinten met een rebelse bijsmaak. Stoere boots die contrasteren met een lief jurkje. Oversized strepen die vragen om een bescheiden tegenhanger. Met een kanten jurkje met kittige hakken op een brommer scheuren. Luxe combineren met “een straatgevoel”. En daar is het woord: “Een kermisattractie ben ik nog net niet maar je zou mijn stijl wel kunnen omschrijven als eclectisch.” Soms zit het contrast hem (ook) in de pecunia: koop deze katoenen maxi-jurk (338 euro) en combineer hem met leren kistjes van het Waterlooplein. Inderdaad: “een vervreemdende mix van high en low culture.”
Eenduidigheid is morsdood, dat is duidelijk. Superleuk, toch? Want dankzij het arty contrastenfeestje hebben we veel meer bewegingsvrijheid gekregen. Je kunt lief én stoer zijn. En sexy en superdegelijk tegelijk (hmm?). Aan de andere kant: worden we nú van de weeromstuit geacht om volcontinu een mix van totaal tegenstrijdige signalen uit te zenden? Waar gaat dat naartoe? Neemt íemand de vrouw nog serieus?! Damn, er is ook altijd wat. Even in de gaten houden.
Synoniem van contrast: balans (“je krijgt het door lakleer af te wisselen met zachte breisels”). Ook veelgebruikt: “spanning creëren”. Tot je erbij neervalt dus. Dat brengt ons direct bij het nadeel van de zucht naar contrast: je wordt er wel een beetje moe van.

FAUX PAS
Soms lijkt het alsof de sky the limit is in die malle fratsen-fashionwereld. Niets is minder waar, natuurlijk. Hoewel de modebladen continu suggereren dat je het mix- en matchgewijs hélemaal zelf moet weten, moet je dat wel op deze, deze en deze manier doen. Een faux-pas (de sjieke term voor een blunder) is snel gemaakt. Daarom krijg je op elke bladzijde de helpende hand aangereikt en het verkapte advies om eens goed naar jezelf te kijken. Let wel: dat gebeurt voornamelijk en passant – nergens vind je zulke subtiele voorschriften als in de modebladen, die mikken op de goed verstaander. Zo is print goed, maar wel een uitdaging. Het is zaak dat je zo’n stuk combineert met iets fijns en kleins. En ja, een parka is praktisch maar doorgaans niet per se stijlvol. Dat een hoge hak je benen verlengt, dat wist je al. Hier rockt X de polkadottrend zonder op een circusact te lijken. Kun je het hebben, vooral doen. Deze jurk is sexy, maar niet té. Strapless jurk en zware borsten? Dat doet niets voor je. Dat is allemaal wel héél lief gezegd, lieve modebladen, maar ondertussen pikken we de hint wel op hoor.
Al deze mitsen en maren gelden trouwens niet voor de happy few die de regels aan hun boots mogen lappen. “Het is een beetje een geval van: je oma’s kanten kleedje aangetrokken? Maar als íemand het kan doen, is het Poppy.” Voor natural beauties en stijliconen ligt het allemaal net weer anders namelijk. Die komen overal mee weg. Hoe dat nou weer kan? “Haar geheim is volgens mij dat Carice alles weet te mixen. Bij een lange jurk draag ze gewoon een baseballpetje.” Ja en al ons eigen gemix en gematch dan?! Sorry, nét niet dus. Want wij hebben dus duidelijk niet dat… dat… ja dat je ne sais quoi waarvan dus niemand weet wat het precies is, maar dat elke modejury nederig in zwijm doet vallen.

SIGNATURE STYLE
Zeker, Gerda van de boekhouding heeft in principe óók een signature style, want die komt elke dag naar kantoor in een C&A-spiekerboks met een geruite blouse. Maar nee, dat is dus níet de signature style die de fashionindustrie bedoelt, Gerda! Het idee is dat je je via het eindeloos mixen en matchen een hyperindividuele kledingstijl verwerft die dus “helemaal jij” is. En dan wordt het wazig in de modebladen. Want enerzijds ben je met je je eigen sublieme stijl “de beste versie van jezelf”. Mode is “een expressie van hoe je je voelt”. Je kleding moet je personality onderstrepen, “en zeker niet overstemmen”. Aan de andere kant lijkt mode ook een project te zijn waarmee je jezelf uitvogelt. En zelfs de toegangspoort tot iets béters dan je huidige zelf. “Kleding geeft je zelfvertrouwen. Door stoer gekleed te gaan zeg ik eigenlijk: ik doe waar ik zin in heb.” “Een vrouw met laarzen straalt uit dat er met haar niet te spotten valt.” “Je gaat door de goede kleren aan te trekken zelfs anders lopen en kijken: je wórdt iemand.” En dan ineens is een uitbundige exotische mix van prints áltijd een goed idee, “want het getuigt van lef en creativiteit.” Ja hallo, moeten we onszelf nu wel of juist NIET OVERSCHREEUWEN!? Kortom, wie je precies wordt met kleren aan is niet helemaal duidelijk, en ook niet of je het zélf dan nog wel bent.
Wie trouwens geen idéé heeft wie ze zelf eigenlijk is en hoe dit zich zou moeten vertalen in een particuliere signature style: gelukkig hebben kleren zélf ook karaktereigenschappen – die mens en dier niet zouden misstaan. Zo heb je eigenzinnige materialen, stoer velours, aaibare jassen, lieve breisels en edgy boots. Een beetje mixen en matchen en je verwerft jezelf een scala aan gewenste kernkwaliteiten.
Verwar de signature style trouwens niet met de statementketting. En ook niet met statementteksten op borsthoogte. Die zijn weer helemaal hip maar gelukkig vaak onleesbaar of abstract – en dus kan niemand er aanstoot aan nemen.

VINTAGE
Heel nobel, álle fashion magazines vinden het megabelangrijk dat je vaker je oma bezoekt. Eh ja, om er een oud gehaakt truitje tussen de mottenballen weg te rippen dan, natuurlijk. “Dikke kans op geweldige vintagevondsten.” Geweldige vintage schoenen bijvoorbeeld. Of een geweldig vintage bontvest. Iets van kurk! “Leuk, dat oldschool lapjeskatgevoel!” Mocht je oma al dood zijn, kies dan noodgedwongen voor neppe vintage. Bijvoorbeeld iets dat door de onafgewerkte naden líjkt op vintage. Of denk aan het nostalgische van tweed, dat het “de perfecte kandidaat” maakt voor een authentieke doch compleet gereconstrueerde jarenzestiglook.
Nostalgie is helemaal “van dit seizoen”, aldus de modebladen. Maar er zit wel degelijk een gevaar in al dat geromantiseer van lang vervlogen tijden, namelijk dat je op een kattenvrouwtje gaat lijken. “Wel uitkijken, want anders wordt het te obvious jaren zeventig.” Let dus op dat je er altijd een eigentijdse feel aan geeft. Want alleen dan, en dáár zullen we hem dan eindelijk hebben, is het duidelijk dat je het allemaal slechts met een knipoog naar het verleden bedoelde, hahaha! En zoals de modebladen zelf continu benadrukken: “een beetje humor mag best!” Helemaal mee eens. Want laten we het toch in vredesnaam allemaal niet te serieus nemen.

Dit artikel stond op 14 maart 2015 in Volkskrant Magazine

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s