lucht

“Oh, het maakt míj niet uit hoor”, zei mijn vrouwelijke collega. Het ging erom wie wáár zou komen te zitten in onze nieuwe werkkamer. “Oh míj maakt het ook niet uit”, zei ik op mijn beurt. “Nee mij dus ook totáál niet”, zei mijn collega op haar beurt. “Idem hier dus exact van hetzelfde”, zei ik op mijn beurt. Toen waren de beurten zo’n beetje op. Ik kuchte, mijn collega snoof. Wij staarden elkaar met één oog vriendelijk aan maar met het andere loerden wij de werkruimte rond, op zoek naar de beste plek en naar hoe wij, zonder dat iemand ons ervan zou kunnen beschuldigen dat wij voor onszelf het beste wilden, tóch het beste voor onszelf zouden krijgen.

Na een half uur ploften we allebei doodop ergens neer. Mijn collega prikte haar prikbord vol met aanstootgevende ansichten van jonge poesjes en begon zachtjes zingend haar nietmachines te sorteren. Ikzelf was na het neerploffen min of meer verstard blijven zitten. Want tot mij was iets doorgedrongen: het enige raam dat open kon, bevond zich aan háár zijde. Het raam stond een beetje open. Een milde tochtstroom liet de lamellen bewegen, raakte het puntje van mijn neus en sloeg toen resoluut linksaf. Hoe had ik dit in godsnaam over het hoofd kunnen zien?! ik lééf op zuurstof. Ik gedij op frisse lucht, desnoods in de vorm van gemeen koude tochtvlagen. Verder heb ik graag het idee dat ik me bij nood zo uit het raam zou kunnen laten vallen.

Ik kreeg haast geen lucht. “Ik vind het wel wat frisjes”, zei mijn collega en ze maakte aanstalten het raam te sluiten. “Come on, het is 43 graden of zo”, snauwde ik. “Ik trek anders wel een vestje aan”, zei mijn collega. Ze huiverde licht en keek alsof ze gemakkelijk door een longontsteking geveld zou kunnen worden. Dit vond ik ook weer zielig, straks ging ze eraan dood en dan had ik het weer gedaan.

“Doe het raam maar een beetje dicht dan”, zei ik knarsetandend. “Hoeft niet per se hoor”, zei mijn collega. “Nee doe maar”, zei ik. “Het maakt mij verder niet uit hoor”, zei mijn collega en ze schoof het raam zo goed als dicht. “Mij ook niet hoor”, probeerde ik eruit te persen. Maar daarvoor had ik helaas geen lucht meer.

Deze column stond op 30 september 2017 in Volkskrant Magazine

Advertenties

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s