garage (vk-column 1)

Ik moet zeggen: ik werd beroerd bij alleen al het idéé van de autogarage. Ze zien me onderhand aankomen met die afhangende sneue schouders en dat eeuwige hoi-hoi de auto doet weer zo raar??!!? Maar de ene keer was er zo een geluid alsof iemand een gebaksbordje onder de motorkap had gelegd. En de andere keer leek het alsof er in de krochten van mijn auto een wasmachine draaide, met alleen een baksteen erin. Ik bedoel: het waren dus op zich wel van die typisch oudhollandse huiselijke geluiden – maar echt geruststellend vond ik het allemaal niet klinken.

Dus daar ging ik. Probleem één: bij mijn autogarage schaften ze volcontinu. En als je binnenkomt, gaan ze daar gewoon mee door. Staren. Kauwen. Lachsalvo van één seconde. Staren. Sta je dan. Ik doe altijd alsof mijn telefoon gaat. Maar voor je het weet zit je dan in een fictief gesprek van vijfentwintig minuten want ik ben nogal een beller en ik maak altijd van alles mee. Dus nadat de automonteurs helemaal klaar waren gekomen met de schaft en ik met enige moeite mijn fake telefoongesprek had beeindigd (“Nee jíj moet ophangen hihi! […] Hallo. Hallo!??”), kon het echte gesodemieter beginnen.

“We zetten hem even op de brug”, zei de automonteur.
“Okidoki”, zei ik, hoewel ik altijd sterk het idee heb dat de automonteurs mijn auto voornamelijk voor de vorm op de brug zetten, daarna opnieuw gaan schaften en hem vervolgens weer ijskoud naar beneden laten zakken. Maar je hebt geen bewijs en je bent ook nog eens vrouw. Omgekeerde winwinsituatie.

Nadat ik veertien keer een reclame over een autoband die los van een berg kwam rollen had bekeken, werd ik opgehaald voor de diagnose. Mijn auto stond er beteuterd bij. Slecht nieuws. Iets met de remkrachtverdeler oh en de uitlaat oh en dat het stuur los zat of weet ik het. Ik liet een bedrukte en naar ik hoopte intelligente stilte vallen. Daarna zei ik: “Okidoki”, omdat dit een woord is dat in veel situaties bruikbaar is.

Hoe lang het allemaal ging duren? Nou, best lang. Dus ik bekeek nog eens achtenvijftig keer de reclame over de autoband die los van een berg kwam rollen. Heel in de verte hoorde ik zeker vier monteurs bulderen van het lachen. Ik word hier genaaid waar ik bij zit, dacht ik. Maar toen richtte ik me weer op de autoband die van de berg rolde. Ik vroeg me af wat daar precies het wervende aspect aan was – en tegelijkertijd ervoer ik een nauwelijks te onderdrukken verlangen om vier nieuwe banden aan te schaffen. Gewoon, voor thuis.

deze column verscheen op maandag 30 juli in de Volkskrant

Advertenties

5 gedachtes over “garage (vk-column 1)

  1. Hoho Jacq, die monteurs kúnnen nooit de hele dag ‘schaften.’
    Jij benoemde dat al zeer treffend in een eerdere column met SNACKEN.

Reageren?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s